Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
zonder oogst. In de tuinen rijpt iedere edele vrucht,
van de banaan tot de olijf, op de velden iedere graan-
soort. Reeds tegen het laatst van Januari staat de tarwe
drie voet hoog en de gerst in zware aren; viermaal in
vijf maanden wordt de Alexandrijnsche klaver gesneden,
en hennep en vlas bereiken er eene in Europa niet ge-
kende lengte en fijnheid van gewas. Nevens deze plant-
soenen strekken zich velden vol met allerlei moeskruiden
en zoete uien uit en wisselen rijst en mais met hoog
suikerriet, boomwol en indigo af. Waar eindelijk niets
meer gedijt, verheft zich nog de edele palmboom, en
op de vele armen en banken van den Nijl bloeien
slaapbollen en tabak en rijpen kostelijke meloenen. En
geen wonder, dat aan deze zoo rijk gedekte tafel zich ook
eene rijke dierenwereld verzamelt: in den stroom week-
en schaaldieren met tallooze vischsoorten; langs de oevers
insecten, amphibiën, knaagdieren, de kudden buffels en
kameelen; in de lucht vogels in groote verscheidenheid.
Nevens de scharen van duiven en zwaluwen houdt de
naakthalzige gier zich in de nabijheid der dorpen op, terwijl
over den stroom met zwaren vleugelslag de pelikaan trekt
en in het riet van den papyrus de prachtige flamingo en
talrijke soorten van reigers en ooievaars op buit loeren.
liet dalen van den Nijl geschiedt, in omgekeerde orde,
nagenoeg op dezelfde wijze als het rijzen. In den be-
ginne zichtbaar verhaast, wordt het telkens langzamer, en
van December af is de afneming nauwelijks nog merk-
baar. De stroom schijnt alsdan een' stilstand bereikt te
hebben, ofschoon hij in waarheid tot het weer beginnen
der zomeraanzwelling voortdurend valt.
49. EEN TOCHT DOOR DE WOESTIJN.
De morgen breekt over de woestijn aan. De karavaan
trekt in eene lange rij voort en regelt haren gang naar het
eentonig geluid van de fluit. De kameelen zijn met balen
beladen en met doeken overdekt. Op hen zitten de Mooren