Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
zende stroom klimt weldra met zichtbare snelheid. Nu
zaait de fellah *) de durra (zwarte gierst of negerkoren)
uit, wier jong groen het best onder water voortkomt. De
rivier is met zwellende zeilen bedekt. Tegen het midden
van Augustus is die bij Kairo zoo hoog geklommen, dat
de dam van het groote kanaal kan worden doorgestoken,
dat hier van den Nijl uitloopt en met zijne vertakkingen
het oostelijke Beneden-Egypte — het land Gozen van den
bijbel — onder water zet. Dit geschiedt met veel plech-
tigheid, In feestgewaad trekken de moenadi's of »Nijl-
uitroepers" reeds den dag te voren met muziek en gezang
de stad door. Tegen den avond begint onder het los-
branden van het geschut het eigenlijke feest. Dicht voor
den kanaaldam wordt eene zuil van aarde en leem opge-
richt en met halmen en bloemen bekranst. Die moet de
Nijlbruid voorstellen, voor wie men, volgens de overleve-
ring, in ouden tijd menschenoffers slachtte. Langs den
oever is eene stad van tenten opgebouwd. Slangenbe-
zweerders, dansers, waarzeggers en goochelaars vertoonen
daar hunne kunsten; men slurpt sorbet, koffie en zelfs
wel vaak van den verboden wijn, terwijl het op den
stroom van allerlei fraai versierde en schitterende vaar-
tuigen eir booten wemelt. Tegen den morgen eindelijk
wordt de reeds losgemaakte dam geheel geopend. De
pacha, de rechters en de priesters zijn daarbij tegen-
woordig. Er wordt geld onder de menigte gestrooid, en
terstond na het doorsteken maakt de kadi eene oorkonde
op, die de toereikende hoogte van den waterstand be-
vestigt en den Grooten Heer in Konstantinopel rechtigt,
van de Egyptische regeering dadelijk de volle schatting
te heffen. Op 't zelfde oogenblik gaat uit duizend kelen
de kreet op: »De stroom komt! De stroom komt!" en de
oude Nijl stort zich nu schuimend en bruisend door de
geopende bres.
Tegen het laatst van September heeft deze de grootste
hoogte bereikt. Het vaste land is verdwenen; alleen de
*) Zoo heet in Egypte en Arabië de landbouwer, tot onderschei-
ding van den zwervenden Bedoeiën.