Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
regen; maar in plaats daarvan laat de chamsinwind zijn
vurigen adem over het gebarsten veld gaan. En ook op
de menschen werkt de gloeiende zon verderfelijk; want
juist in deze maanden eischen ziekte en pest vaak vele
offers, terwijl ook op de gezonden de hitte verslappend
werkt. Eerst als de Nijl den laagsten en de zon den
hoogsten stand bereikt heeft, beginnen de uit zee komende
winden verfrissching en verkoeling aan te brengen en heeft
er eene volslagen verandering plaats. Onder een steeds
helderen hemel, zonder eenige voorafgegane kenteekens,
verkrijgen de wateren en de oevers van den grooten stroom
een geheel ander aanzien. Vroeger helder en doorzichtig,
worden zijne golven nu plotseling troebel groen en einde-
lijk bruinachtig rood, en terwijl zij tot hiertoe bestendig
daalden, rijzen zij thans onafgebroken en verheffen zich
tot hoog boven de gewone bedding. Wij weten, dat de
Nijl door de ontzettende regens aanzwelt, die gedurende
den tropischen regentijd dag aan dag hun water op het
hoogland van Soedan en Abessinië neerstorten, en dat de
sinds ontelbare eeuwen waargenomen regelmatigheid van
dit verschijnsel van het invallen van den regentijd daar
afhangt. Onder den evenaar reeds met het einde van Maart
beginnende, volgt die lager zooveel later, en in de re-
genlooze zone van den benedenloop van den Nijl verraadt
eerst tegen het eind van Juni de stijgende stroom den
aandrang van het bovenwater. Tegen het midden van
Augustus treedt de stroom in Egypte buiten zijne oevers
en overstelpt allengs het geheele dal tot aan den voet der
verre bergen, om in den loop van October in zijne gren-
zen terug te keeren en, even gelijkmatig, als hij geklom-
men is, tot de laagste ebbe te dalen.
Het hoogste peil van klimming is voor Beneden-Egypte
15 tot 16 voet, en de watermassa, welke de stroom in
dien tijd naar zee afvoert, is twintigmaal grooter dan
vroeger. Blijft hij echter, gelijk somtijds gebeurt, onder
dit peil, dan heeft dit doorgaans de treurigste gevolgen
voor de bevolking, die aan die overstroomingen en vooral
aan het tengevolge daarvan ontzouten van den grond hare
rijke oogsten te danken heeft. De aanvankelijk zacht rij-