Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
jes steeds zwart, zonder suiker of melk, en eene pijp is
daarbij een onmisbaar vereischte.
En wie was wel de eerste, die van de levenwekkende
werking der koffieboon de ondervinding opdeed? — Vol-
gens de overlevering was dat . . , eene geit.
In Gelukkig Arabië woonde een derwisch, die nochtans
niet zeer door 't geluk begunstigd was; want zijne gansche
have bestond in eene ellendige hut met eenige geiten.
Op een' avond, dat deze van de weide naar huis komen,
verraden zij eene ongewone dartelheid en levendigheid,
die den derwisch dusdanig bevreemdt, dat hij den vol-
genden morgen met zijne geiten meegaat, en nu ontdekt
hij met verbazing, dat de dieren gretig van een hem
onbekenden struik de bladeren, bloesems en vruchten
vreten. Hij zelf volgt het voorbeeld van de dieren, en
ziedaar, de oude man ook wordt jolig en lustig, als
had hij een halven roes. 't Geval wordt ruchtbaar; de
abt eens kloosters nam eens de proef met zijne monniken,
die zich onder den dienst wel soms aan dutten schuldig
maakten, en die proef gelukte naar wensch: de monni-
ken bleven wakker en deden geen oog toe. Dit histo-
rietje viel in de twaalfde eeuw voor; maar wat is't
gevolg geweest ? — niet alleen monniken en geiten,
maar allen, van den koning tot den bedelaar, laven
zich thans met de koffie, die voor alle beschaafde volken
der aarde eene behoefte geworden is.
48. EGYPTE EN DE NUL.
De Egyptenaar kent slechts twee jaargetijden, die ge-
regeld worden door het klimmen en het vallen van den
Nijl. Werpen wij eerst een' blik op het land vóór de
overstrooming. Het is de tijd van ons voorjaar. Terwijl
echter bij ons dan veld en bosch zich in nieuw groen
kleedt, ligt in Egypte alles door de zon verschroeid en
verbrand. Het aardrijk is uitgedroogd, geen wolk zendt