Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
ook Amerika, Brazilië, Guyana en West-Indië als goede
koffielanden bekend staan. De Arabische koffieboonen
komen echter zelden of nooit tot ons, die ons doorgaans
met de kleinste soort van Javaboonen moeten vergenoegen.
Wanneer -wij ons dan nu eens door tooverslag in Ge-
lukkig Arabië konden verplaatsen, zouden wij daar in
menigte, als bij ons vruchtboomen, den altijd groenenden
en bloeienden, twintig tot dertig voet hoogen koffieboom
aantreffen. De vaste, glanzige bladen hebben veel van
die der'citroen- of oranjeboomen, behalve dat zij wat
langwerpiger zijn. De dunne, overhangende takken zijn
in de bladhoeken met te hoop staande witte bloesems
rijkelijk bezaaid. Uit hen ontwikkelt zich de purperroode,
eene kleine kers gelijkende bezie. De kers bergt in
eene perkamentachtige huid, die in een zoetachtig vleesch
besloten zit, twee zaadkorrels, en deze zijn het, die de
koffie leveren. De Westindische koffie heeft echter door-
gaans slechts éen zaadkorrel in de bezie, daar de tweede
zelden tot ontwikkeling komt. Om den oogst gemakke-
lijker te maken, laat men den boom niet te hoog opschie-
ten. Daar niet alle vruchten tegelijk rijpen, zamelt men
de boonen op verschillende tijden in, in Arabië gewoon-
lijk drie- en soms wel viermaal in het jaar. Op dekens
legt dan de Arabier zijne vruchten zoo lang in de zon
uit, tot het vleesch droog en.warm wordt. Vervolgens
gaat hij er met houten rollen overheen, zoodat het vleesch
van de korrels loslaat, die later door wannen verder ge-
zuiverd worden.
Wilde echter iemand naar Arabië gaan, om daar dage-
lijks van de beste koffieboonen te drinken, zoo zou hij
zich in zijne verwachting bedrogen vinden. Veel vaker
dan van de eigenlijke koffieboonen, bedienen de Arabieren
zich van het gedroogde vleesch der beziën, welke zij in
kokend water te trekken zetten. Zulke koffie moet,
volgens de berichten der reizigers, dan ook nog geuriger
van smaak zijn, dan de boonenkoffie. De Turk en de
Arabier bieden haar als een teeken van gastvrijheid aan
iederen vreemdeling aan. Men drinkt ze uit kleine kop-