Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
van November tot het midden van Maart, wanneer de
hemel bestendig blauw is en de koele voorjaarswindjes
waaien, bezitten de zonnestralen zulk eene kracht, dat
het niet raadzaam is, er zich op den midddg aan bloot
te stellen. In 't algemeen maakt de ongezonde ligging
der stad in eene lage vochtige streek de grootste voor-
zichtigheid noodzakelijk; want elk jaargetijde brengt er
zijne eigenaardige ziekten en gevaren mede.
45. DE HINDOES EN DE GANGES.
Toen ik, te Galcutta, op zekeren dag vóór zonsonder-
gang naar het strand reed, had ik gelegenheid, een feest
der Hindoes te aanschouwen. Van alle kanten ijlden
mannen, vrouwen en kinderen naar den Ganges; want
het was een dier dagen, op welke het als eene bijzon-
dere verdienste beschouwd wordt, dat men in het heilige
water zijne zonden afwascht. Op den weg daarheen
boden jonge meisjes den voorbijgangers bloemen, ruikers
en kransen te koop aan, en arme of gebrekkige lieden
hadden witte doeken op den grond uitgespreid, waarop
dan ieder ook eene kleine gave in geld, koren of rijst
nederlegde. Aan de rivier zelve heerschte onder de schil-
derachtige groepen de grootste drukte; ouden en jongen
speelden in de golven. Verscheidene vrouwen kwamen
in rijtuigen of in palankijns aan, begaven zich dicht ge-
sluierd en gevolgd door hare dienaressen naar den oever,
strooiden eerst bloemen op het water en dompelden zich
dan, met dunne gewaden bekleed, in den vloed. Moeders
goten over hare dochters en kleine kinderen het water
uit. Al deze vrouwen lieten zich daarna door hare diena-
ressen in een' kring omringen, verwisselden hare natte
kleederen met droge en lieten zich weer wegrijden of
wegdragen. — Op sommige plaatsen zag ik verscheiden
honderden mannen onder den klank van violen, pauken
en bekkens in het water rondspringen, terwijl barbiers
aan den oever vlijtig hun werk verrichtten door het hoofd-
haar of den baard hunner begunstigers af te scheren.