Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
van twee vanen, die in dé lucht wapperen en wier ver-
schillende lichtkleuren in voortdurende afwisseling als
breede linten heen en weer waaien. Soms stijgt het ook
als groote vuurstralen ten hemel op, waarvan de glans
allengs zwakker wordt, of ook wel gaat het in snelle op-
volging van het schitterendst lichtgeel in het donkerst
bruin over, om dan eensklaps te verdwijnen, maar zich
even spoedig ook weer opnieuw te vertoonen. Soms
schieten smalle vlammende strepen met onbeschrijfelijke
snelheid door de lucht, doorloopen in weinig minuten den
ganschen wijden boog van het hemelgewelf en duiken aan
den zuidelijken horizont onder. Van tijd tot tijd ziet
men plotseling boven zijn hoofd eene breede'lichtstreep,
die in den vorm van een fraaien stralenkrans'iiaar de
aarde afdaalt en alsdan in een oogenblik verdwijnt.
Het meest vertoont zich het noorderlicht bij stil weder
en het helderst bij frisschen zuidoostenwind. Zoo vaak
wij in de gelegenheid waren, om het waar te nemen,
vertoonden zich aanvankelijk flauwe, onregelmatige licht-
stralen, die achter de gebergten in de hoogte stegen en
veel overeenkomst met den weerschijn van een verwijder-
den brand hadden, en die vervolgens eene gedurige af-
wisseling van vorm en verscheidenheid van beweging ver-
toonden. Voor de bewoners van het Noorden heeft dit
verschijnsel niet alleen het nut, dat het hun in hunne
lange nachten een voldoend licht verleent, maar ook, dat
het hen in staat stelt, wind en weder uit zijn verschij-
nen vooraf te berekenen.
3 EEN NOORWEEGSCH BOSCHLANDSCHAP.
Het hout, dat het dal van den bergstroom bedekte,
was een noordsch stamwoud, nog zelden door eens men-
schen voet betreden, nog nooit zeker door bijl of hout-
hamer aangetast.
Men zag er geen reusachtige magnolia's of acacia's als