Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
verandahs door kolommen gedragen wordend ■ Aan het
zuidelijkst einde der stad ligt het vermaarde fort William.
Tusschen dit fort en de huizen vormt de esplanade eene
uitgestrekte groene vlakte met eenige vijvers. De blanke
of Europeesche stad beslaat het zuidelijke, de zwarte stad
het noordelijke gedeelte. De woningen der Europeanen
zijn van baksteen gebouwd, doch met pleister overtrokken,
zoodat zij een uiterst deftig aanzien hebben. Alle hebben
platte daken, omringd van balustraden. Bij de rijken is
het tot tuin aangelegde voorplein door een' muur omgeven.
Gelijkvloers bevinden zich de eetzaal, de bureaux en de
logeerkamers; op de eerste verdieping liggen de vertrek-
ken van de vrouw des huizes en op de volgende de
slaapkamers. Overal zijn badkamers aangebracht. De
handelswereld heeft haar hoofdkwartier langs den stroom-
oever en de voorname lieden wonen in Ghowringy, eene
straat van 40 schreden breedte en een half uur lengte,
aan beide zijden van de esplanade. De stad der inlan-
ders bestaat uit een' doolhof van nauwe en kromme straat-
jes, die niet geplaveid zijn, maar toch zindelijk gehouden
worden. De hooge houten huizen zijn boven tot woon-
plaats en beneden tot winkels ingericht. Daar de eigen-
lijke stad door geene wallen of grachten begrensd is,
sluiten zich er aan alle zijden voorsteden en dorpen bij
aan, wier hutten van bamboes samengesteld en met palm-
bladeren gedekt zijn. Het is dus geen wonder, dat daar
in het heete jaargetijde dikwijls verwoestende branden
woeden. De gezamenlijke bevolking wordt op 400,000
zielen geschat, waaronder 8,000 Engelschen, en buiten-
dien komen er dagelijks nog meer dan 100,000 menschen
van buiten in de stad. Ieder, die iets in de wereld
beteekent, bedient zich van een rijtuig of laat zich in een
palankijn dragen; alleen de Hindoes van den geringsten
stand gaan te voet. Zoodra de koelte van den avond is
gekomen, doet de Engelsche bevolking in de fijnste toi-
letten te paard of in rijtuig een ritje langs het strand.
Vóór vier uur na den middag verlaat niemand zijn huis,
uithoofde van de hitte; want zelfs in het seizoen, dat
voor den Europeaan het gunstigst is, t. w. van het begin