Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
als eene steile, onverzettelijke rots, ongevoelig tegen de gloei-
ende stralen der zon, ongevoelig voor den in stroomen
neerstortenden regen en voor de branding der ontstoken
golven. Intusscben bemerkte de rots aan haar' voet een' man
van armoedig uitzien, maar met houweel en hamer gewa-
pend. En die man ontrooft haar met behulp zijner
werktuigen slag op slag het eene brok na het andere,
om daar dan later den weg mee te bestraten. »Wat is
dat?" riep nu de rots. »Een man heeft de macht, om mij
de brokken van het lijf te rukken, en ik ben zwakker
dan hij?! Dan moet ik volstrekt zulk een man zijn!"—
))Üw wil geschiede!" sprak de Genius. En de rots werd
weer, gelijk vroeger, een arm man, die met steenbreken
zijn brood verdiende. Dat was een hard werk, en, al
werkte hij van vroeg tot laat, toch verdiende hij er maar
weinig mee ; ~ maar hij was voortaan met zijn lot tevreden.
44. DE HOOFDSTAD VAN BRITSCH-INDIE.
Hoe meer wij de stad naderden, des te volkrijker werd
het land, des te levendiger de rivier. Aan den oever
weidden vele kudden; de runderen waren meest rood of
rood en wit en velen hadden een' bult op den rug. Tus-
schen boschjes van vruchtboomen en kokospalmen breidden
zich groote suikerplantages uit. Eindelijk kregen wij
Europeesche rijtuigen te zien, en aan eene landingplaats
stond een soldaat op post, bijna geheel naakt, doch met sabel
en schild. Toen de avondschemering viel, begonnen wij
de witte huizen van Calcutta in 't oog te krijgen.
Deze stad strekt zich bijna eene mijl ver langs den
linker oever der Hoegly uit, die door de inlanders voor
den waren Ganges wordt gehouden, en rust op een aan-
geslibden bodem, waar men nog voor anderhalve eeuw
niets dan dicht bosch, riet en moerassen zag. Van de
rivier af gezien doet Calcutta zich als eene stad van pa-
leizen voor, vermits rondom de uitgestrekte esplanade,
aansluitende bij het paleis van den gouverneur-generaal,
een aantal trotsche gebouwen zijn opgetrokken, wier