Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
heet blik rolt en vervolgens sorteert. Er zijn wel veertig
soorten van thee, die wij hier echter maar niet opnoemen
zullen. De bij de Mongolen zoo geliefde en uiterst voed-
zame tegelthee is een in blokjes geperst mengsel van
slechte of reeds eenmaal afgetrokken bladen, die tusschen
baksteenen gedroogd worden.
43. DE JAPANNEEZEN
zijn een in vele opzichten zeer beschaafd volk, en 't lezen
en schrijven is onder hen zoo algemeen verbreid, dat
menig Europeesche natie wat dat aangaat wel den hoed
voor hen afnemen mag. De Japanneezen lezen veel.
Overal zijn boekwinkels, en geen kraampje, of men vindt
er boeken, die gretig gekocht en gelezen worden. Alles
leest: de soldaat op de markt, de boer op den akker,
zelfs meisjes en vrouwen lezen. De hier volgende kleine
vertelling: ^:>De steenbreker," — zoo getrouw mogelijk
uit het Japansch vertaald — bevat zeker ook voor ons
wel wat goede leering en kan tot een staaltje dienen van
de manier, waarop men in Japan schrijft.
— Er was in Japan eens een man, die zijn' kost met
steenbreken verdiende. Dit was een hard werk, en of
hij zich al van vroeg tot laat afsloofde , toch verdiende
hij er onnoozel weinig mee, waarom hij dan ook met zijn
lot al zeer slecht tevreden was. »Och, dat ik toch maar
eens rijk genoeg was, om op recht zachte matten te rus-
ten en mij met de dikste zijden dekens toe te dekken
Deze zijne klacht steeg ten hemel op; een Genius ving
haar op en sprak: »Het zij, zooals gij wenscht." En
hij werd rijk, rustte op de fijnste matten en had aller-
kostelijkste zijden dekens. Daar trok de keizer voorbij: voor
hem uit de trawanten te voet en te paard, achter hem
prachtig uitgedoste edelen, rondom hem lieden, die een
grooten, van goud en juweelen schitterenden zonnescherm
boven zijn hoofd hielden uitgespannen. »Wat helpt mij
mijn rijkdom," morde de ander nu, »zoo lang ik het