Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
hadden wij kunnen drooraen, dat onder zulk een half
wild volk zulke uitstekende kunstenaars te vinden waren.
Wat wij tot hiertoe in de kloosters van schilder- en beeld-
houwwerk gezien hadden, was geenszins uitstekend; doch
thans zagen wij hier verwonderlijk schoone boetseersels
uit boter voor ons. De bloemen waren van kolossale
grootte en stelden gebeurtenissen uit de geschiedenis van
het Boddhaïsmus voor. De koppen waren vol leven erl
uitdrukking, de groepeeringen en houdingen natuurlijk,
de bekleeding los en bevallig. Men kon op het eerste
gezicht onderscheiden, welke stoffen de kunstenaar had
willen voorstellen; bovenal wekte de navolging van pels-
en bontwerk onze bewondering. Schapevellen, tijger-
huiden , vosse- en Wolfspelzen, alles was zoo meesterlijk
nagebootst, dat men in verzoeking kwam, om er met de
hand naar te tasten en zich te overtuigen, dat men wer-
kelijk slechts geschilderde, op b o ter geschilderde dingen
voor zich had. Boddha was op al deze voorstellingen
op het eerste gezicht te herkennen, en zijn edel gelaat
vertoonde de vormen van het Kaukasisch menschenras.
De meeste overige personen hadden de Mongoolsche ge-
laatsvormen, schoon wij ook enkele Chineesche, Hindoe-
sche en Negerkoppen opmerkten. Op de wegen, die van
den eenen tempel naar den anderen leidden, stonden van
afstand tot afstand kleinere beeldwerken; zij stelden veldslagen,
jachten en ontmoetingen uit het nomadenleven, benevens
gezichten van de beroemdste kloosters van Mongolië en
Tibet voor. Voor den hoofdtempel eindelijk zagen wij
een tooneel, welks personen en decoratiën geheel uit
boter bestonden. Al de figuren waren nagenoeg éen voet
hoog en stelden eene schaar van lama's voor, die hun
gebed gingen verrichten. Eerst was het tooneel ledig;
daarop vernam men den bekenden toon der tritonshorens,
en dadelijk kwamen uit de beide zijdeuren twee rijen
lama's, op wie de oppersten in rijke plechtgewaden volg-
den. De stoet bleef een poosje onbewegelijk op het too-
neel staan en keerde toen achter de schermen terug, waar-
mede de voorstelling was afgeloopen. Zij werd door de
Aziatische toeschouwers met geestdrift toegejuicht.