Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
pelgrims in aantocht. Ieder had den mond vol van het
te wachten feest. Men vertelde ons, dat de »bloemen"
dit jaar bijzonder fraai zouden zijn; een »raad van schoone
kunsten" had ze nauwkeurig onderzocht en uitstekend
bevonden. Zie hier , hoe het met deze zaak gelegen is.
Die »bloemen" bestaan in geestelijke en wereldlijke ver-
tooningen, waarbij alle Aziatische volken in hunne eigen-
aardigheid en dracht worden voorgesteld. Personen,
kleeder-en, landschappen, tooisels en sieraden—-dat alles
wordt door middel van »figuren uit versehe boter" aan
het oog vertoond. De toebereidselen tot dit feest nemen
wel drie maanden tijd weg. Twintig Boddhapriesters
(lama's), die zich door kunstvaardigheid naam verworven
hebben, werken dagelijks in de boter en hebben bij deze
vreemde manier van boetseeren niet weinig door te staan,
daar hun arbeid juist in de wintermaanden valt. Eerst
kneden zij de boter in water, om haar recht stijf en vast
te krijgen, dan begint de eigenlijke bewerking onder
toezicht van een' kunstenaar, die de schetsen en plannen
tot de groepen en figuren ontworpen heeft. Deze bestuurt
het geheel en geeft dit tijdig aan andere kunstenaars
over, die voor de beschildering te zorgen hebben.
Op den avond vóór het feest scheen de toevloed van
vreemdelingen geen einde te willen nemen. Overal hoorde
men het schreeuwen der kameelen en het knorren der
yaks; op de bergen stonden tenten, wijl al de pelgrims
niet in de huizen onder dak konden komen, 't Getal
dergenen, die op den 14 aan de wandeling rondom het
klooster deelnamen, was ongelooflijk groot.
Ook nog den 15 duurden die optochten om het
klooster voort, schoon de opmerkzaamheid thans reeds
meer op het feest gericht was. Tegen den avond gingen
wij met onzen gids op weg. De bloemen waren in de
open lucht voor de verschillende tempels ten toon gesteld
en schitterden in een prachtigen lichtglans, dien zij trou-
wens ook al aan boter te danken hadden. Groote kelk-
vormige vazen van geel koper en tin stonden op staketsels
en dienden als lampen, waarvan de pit in boter stak. Wij
waren vol verbazing, toen wij de bloemen zagen. Nooit