Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
gindsche bergpas — zij kennen hem immers zeer goed —
op gene zijde strekt zich weder eene uren lange vlakte
uit — daar zijn zij geborgen. Zij werpen zich vluchtend
in de kloof — den dood te gemoet. Een schel fluiten
laat zich hooren — en de wilde paarden zijn rondom
ingesloten: op beide zijden enkel hemelhooge rotsen —
vóór en in den rug de blinkende strijdbijlen der slagers!
"Wat zij trillen en sidderen, die fraaie kleine bonten en
bruinen, die zilvergrijze en sneeuwwitte schimmels, pas
zoo groot als onze eenjarige veulens —■ wat zij snuiven
en brieschen —■ wat zij de aarde met de hoeven opwoeien
en bij de rotswanden zoeken op te komen; doch — geen
uitweg! Reeds snort de eerste strijdbijl door de lucht —
over een glanzig vel vloeit een warme, purperroode stroom
neer ... de p aar de n slac h ti n g is begonnen.
Eindelijk verstomt het laatste, flauwe kreunen; de
laatste druipende moordbijl wordt aan de manen afge-
wischt en aan den gordel gebonden. De slachters werpen
ieder een der doode dieren voor zich op het paard en
jagen er vroolijk mee naar den aoul terug, waar de zorg-
dragende vrouwen reeds vuren aangelegd hebben en nu
de malsche lendestukken der jongste paarden aan het spit
steken of op een' rooster braden. — Wel bekome de
maaltijd!
41 HET BLOEMENFEEST TE KOENBOEM-
Koenboem is de wijdvermaarde kloosterstad, naar welke
uit alle streken van Mongolië en Tibet voortdurend
scharen van vrome pelgrims stroomen. Gedurende de
vier hoofdfeesten des jaars is echter de toevloed van men-
schen onmogelijk te berekenen , en vooral het Bloemen-
feest, dat op den vijftienden dag der eerste maand gevierd
wordt, trekt duizenden bij duizenden.
Wij — zegt de Fransche reiziger Huc — wij waren op
den zesden van die maand in de priesterstad aangekomen
en zagen reeds op alle wegen talrijke karavanen van