Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
deren stegen en de geheele karavane opbrak. Heel de
eindelooze vlakte was met kudden overdekt; maar 't
schouwspel werd nog boeiender, toen men later tusschen
lijnrecht oprijzende bazaltwanden doortrok. Op deze holle
wegen ontstond in de zich kronkelend voortbewegende
massa een vreemd gewoel en gedrang. In de nauwe,
diepe straten vernam men iederen voetstap, en dubbel
vreemd klonk daarbij het gedreun van den marsch, ver-
mengd met het schreeuwen der herders, 't bulken der
kameelen, het loeien der runderen en 't blaten van de
schaapskudden. Op sommige plaatsen was 't niet weinig
gevaarlijk. Een paard, dat dan viel, was verloren; want
bij de onmogelijkheid, om weer op te staan, ging 't naast
opdringend rot over het arme dier heen.
't Leven, dat de herdersvolken op deze onbegrensde
steppen leiden, zou zeer aangenaam zijn, als 't land niet
door de vreeselijke stormen werd geteisterd, welke men
hier »boerans" noemt. Deze zijn de schrik der menschen
en eene wezenlijke landplaag. Is 't reeds ijzingwekkend
te zien, hoe de razende windvlaag met gillend huilen
over de gebergten strijkt en heele bosschen ontwortelt —
toch vreeselijker nog is een windstorm op de vlakten,
waar de sneeuw al dwarlend en malend wordt opgejaagd
en alles van zijne plaats rukt. 't Geweldigst is die boeran
nogtans 's zomers op de steppe, waar hij zand en steen-
gruis als donkere wolken ter hoogte van soms wel acht-
honderd voet voor zich opjaagt en al, wat leven heeft,
dreigt te vernietigen. Zoodra zulk eene onrustbarende
wolk opkomt, ziet ieder angstig toe, wat richting zij zal
nemen, en, kent men die, dan ontstaat eene algemeene
vlucht, om haar te ontwijken. Gelukkig is zulk eene
zandwolk tamelijk smal, zoodat men haar doorgaans uit
den weg kan komen, ofschoon Atkinson er eens eene
ontmoette, die zich een uur gaans breed voortwentelde.
Ook 't merkwaardig verschijnsel van zandhoozen, tegen-
hangsters van de waterhoozen op zee, komt hier voor.
Hoe snel wij ook reden, zegt onze reiziger, kwamen er toch
oogenblikken, dat wij onzen spoed nog verdubbelen moes-
ten. De vlakte was met tallooze kleine zandheuvels be-