Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
mensch kauwen kan, om 't even visch of vleesch, om U
even van welk beest, H mag stinken, hoe 't wil, dat al-
les verslindt de Jakoet, tot hij genoeg heeft, d. i. tot hij
zich den buik tonrond en tot barsten toe heeft volge-
propt. Keel en maag van die menschen moeten van
geheel ander maaksel zijn dan de onze; want de heetste
thee en kokend heete brij, die ons de lippen zouden
verbranden, zwelgen zij door, zonder een gezicht te ver-
trekken."
Een ander reiziger zag een snoepachtig Jakoetenkind , dat
zonder hinder drie smeerkaarsen, twee pond bevroren
boter en een zwaar stuk zeep opat, en de Engelschman
Sampson liet te Jakoetsk twee bekende slokoppen bij zich
komen en zette hun twee pud (ieder ä 40 pond Russisch)
gekookt rundvleesch en éen pud gesmolten boter voor.
Van 't vleesch werd aan ieder zijn pud toegemeten; de
boter mochten zij naar goedvinden met groote soeplepels
scheppen en opslobberen. De een was oud en ervaren,
de ander jong en willig. In 't begin kwam deze laatste
vooruit. »Zijne tanden zijn goed," zeide de oude; »maar
met behulp van mijn heilige zal ik hem gauw weer inha-
len." Na twee uren was alles verteerd en dankten de
plat op hun buik liggende veelvraten hun gastheer, door
hem de voeten te kussen, voor 't gul onthaal. Opstaan
konden zij niet.
39. BIJ EEN OOST-AZIATISCH HERDERSVOLK.
Op zijne reizen door een groot deel van Aziatisch Rus-
land doorkruiste de Engelschman Atkinson ook de onme-
telijke vlakte van Mongolië en sloot zich daar bij eene
Kirgiezenhorde aan, die naar het zuiden trok. Binnen
weinige uren hadden deze nomaden al hunne have en
tenten opgepakt. De kleine kinderen werden in lederen
zakken gestopt en deze makke koeien over den nek ge-
hangen, waarna man en vrouw te paard of ook op run-