Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
vogel. Wel is hij kort, maar daarvoor ook zoo veel te
schooner. De natuur, die aan deze streek granen en
keukengroenten en iedere soort van arbeidende huisdieren
onthouden heeft, stelt haar daarvoor in den zomer scha-
deloos door groote zwermen van trekvogels, welke men in
hun ruitijd bij duizenden in netten vangt, waarbij tegelijk
eene tallooze menigte van eieren opgezameld worden. De
rivieren wemelen alsdan ook van smakelijke visschen, en
de wilde rendieren leveren vleesch voor bijna het geheele
jaar.
38. DE JAKOETSCHE VEELVRATEN-
Het eigenlijk Aziatisch Siberië begint eerst met de pro-
vincie Jakoetsk, waar men niets meer vindt, dat aan
Europa of aan de Europeesche beschaving doet denken.
De haardstee is het eenige goede ding, dat men in 't
Jakoetenland aantreft; de vriendelijk wenkende vlam is na
den bezwaarlijken, harren weg het echte zinnebeeld van
Aziatische gastvrijheid. Die vlam alleen reinigt er de lucht
van de pestwalmen der stinkende tabak, welke de inboor-
lingen rooken, en tegelijk van die der morsige menschen,
die met hun vee onder éen dak hokken. Alles, buiten
dien vuurhaard, staat bij de Jakoeten nog op den laagsten
trap van ontwikkeling en draagt den stempel van wild-
heid. De Jakoet eet alles, uitgenomen zijne honden.
Zijn hoofdvoedsel echter is paardevleesch. Met vratige
gulzigheid vershnden de .fakoeten paarde- en rundervet
geheel rauw, en zelfs kleine kinderen stoppen zij, om die
stil te houden, dikke proppen geil vet in den mond.
Buitendien eten zij, evenals de Kirgiezen, zelfs ratten,
muizen en alle verdere ongedierte, waarom de meeste
Siberische boeren dan ook geen katten houden, wijl
hunne Jakoetsche knechten die alle ratten en muizen toch
voor den neus zouden wegvangen. — Van de vraatzucht
der Jakoeten zegt een Engelsch reiziger: »Alles, wat de