Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
van het noorderlicht, dat zich als een regenboog uitspant
of in flikkerende stralen opschiet. De geheele tocht is
van doodende eentonigheid. Alleen een lastig ziekelijk
gevoel herinnert den mensch, dat hij nog leeft; hart en
zintuigen zijn als verkleumd, en het hoofd is dood en
ledig, evenals de natuur rondom.
Op deze wijze naar de poolstreken gebracht, worden
de goederen daar door de kooplieden te Saschiwersk of
te Kolima op de in Maart of in U begin van April ge-
houden jaarmarkten verkocht. Tegen ketels, grove lakens,
katoenen stoffen en allerlei kleinigheden ruilt men de
fraaiste zwarte vossen, hermelijnen en ander duur, kos-
telijk bont in. Nadat men die huiden in kamers (40
vellen éen kamer) verdeeld, ze in valiezen gepakt en
mammoetsbeenderen ingekocht heeft, beladen de kooplieden
hunne paarden weer en haasten zich over de bevroren
moerassen terug, om vóór den afloop der jaarmarkt te
Jakoetsk aan te komen, waar zij in Juli dan hunne be-
trekkingen weerzien.
Als de kooplieden te Kolimsk zijn aangekomen, begint
een echte kermispret. Men is blij en lustig, smult en
drinkt, zingt en danst, gaat uit wandelen en rijden. Op
deze pleizierriljes gebeurt het soms, dat heel een
jolig gezelschap met vrouwen en kinderen tegen wil en
dank op de berenjacht verzeild raakt. Niet zelden name-
lijk krijgen de honden dan een' beer in den neus, die,
door den honger gedreven, verrotte visschen uit de kuilen
en greppels nabij het stadje zoekt op te halen. Door
hunne menigte aangemoedigd, rennen dan al de voor de
slede gespannen honden op dat wild los; geen toeroep,
geen teugel kan hen tegenhouden. In dolle vaart ver-
volgen zij den ruigen roover, omsingelen hem en vallen
hem van alle kanten op het lijf. De schrik, de verwar-
ring zijn groot. Bijna altijd loopt de jacht echter geluk-
kig af, daar de honden den beer in het sledetuig als in
een net verstrikken en op de sneeuw nederwerpen, waar
hij dan door de mannen wordt afgemaakt.
Maar niet altijd ligt de, winter op de bevroren moeras-
sen van de noordpool. De zomer verschijnt als een trek-