Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
Aan het hoofdeneind wordt insgelijks eene opening en
daarin eene buis aangebracht, die naar het oor van den
overledene gaat, opdat hij het weegeklag zijner betrek-
kingen te beter zou kunnen vernemen.
37. HANDELSREIZEN IN NOORD-SIBERIE.
Men hoort met verbazing van de gevaren, waaraan
zich de koopman blootstelt, die op het schip der woes-
tijn — den kameel —- Arabië's of Afrika's gloeiende
zandvlakten doortrekt, die steeds bereid zijn, den koenen
reiziger onder hare golven te begraven. Van zulk eene
woestijnreis zullen wij later eene korte beschrijving geven.
Dat men nu echter eens op den Rus zie, die, om 10
procent te verdienen, jaarlijks twee maal 3000 wersten
(de werst Y^ mijl) van Jakoetsk (aan de Lena) tot Ko-
lima en terug, bij eene koude van 30 graden, door
dichte bosschen en over onmetelijke bevroren moerassen
aflegt, zonder eens in de maand een' mensch te zien of
een dak te vinden, in gestadig gevaar van onderweg door
de sneeuw overstelpt of in zijn nachtleger de prooi van
wilde dieren te worden, of eindelijk — wat nog erger
is — van na *t verlies zijner paarden, die vaak uit gebrek
aan voeder te gronde gaan, den langzamen hongerdood
te sterven.
Langzaam, 'teen achter het ander, slepen de afgematte
paarden zich onder den last van 7 pud (om de 280 pond)
voort. Bezwaarlijk is hun gang over en door de sneeuw-
hoopen, waarop men slechts de voetprenten van wilde
dieren ontdekt. De reizigers, in zware pelzen uit geiten-
en paardenhaar gedoken, eene ruige muts diep over de
oogen getrokken en in laarzen uit rendierenhuid, die
tot bijna aan de heupen reiken, zitten onbewegelijk op
hooge Jakoetsche zadels.
Allen zwijgen. De karavaan trekt door tastbaar dichte
nevels. Eindelijk breekt iiet daglicht door. Aan den rand
des horizons vertoont zich eene bloedroode streep. De