Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
de belijders van den Islam zijne verschrikkingen verloren;
ze zien er slechts den overgang tot een beter leven in.
De hel van den Islam is enkel een vagevuur. Ieder ge-
loovige vertrouwt, na voor zijne zonden en tekortkomingen
door langer of korter, zwaarder of lichter straf geboet te
hebben, eindelijk toch de hoogste, ongestoorde zaligheid
deelachtig te zullen worden.
De Turken, in het algemeen ernstig, langzaam en af-
gemeten in al hun doen, maken alleen spoed, als zij
dood zijn. Zoodra een Muzelman gestorven is, wordt
zijn lijk na de gebruikelijke afwasschingen in allerijl naar
het kerkhof gebracht, daar met het aangezicht naar Mekka
gekeerd en met eene dunne laag zand bedekt, opdat de
aarde hem niet zou drukken. Deze haast bij de begra-
fenis is een gevolg van het geloof, dat de doode zoo lang
lijdt, tot hij aan de aarde, waaruit zijn lichaam genomen
werd, is teruggegeven. Aan het graf wordt hij door den
imam of priester over zijn geloof ondervraagd en zijn
stilzwijgen als toestemming beschouwd. De volgers ant-
woorden in zijn naam: »Amin" (Amen) en verstrooien
zich daarop, den doode alleen latende met de eeuwigheid.
Nagenoeg alle graven zijn met marmeren steenen bezei.
Aan het voeteneinde verheft zich een marmeren zuil van
manshoogte en gewoonlijk een voet breed. Zij loopt boven
in eene soort van kogel uit, een menschenhoofd gelijkende
en met een in het marmer uitgehouwen turban bedekt,
wiens plooien, grootte en vorm den rang aanduiden,
dien de doode bij zijn leven bekleedde. Zoo is het bij
de graven der mannen, terwijl op die der vrouwen de
lijksteen op de spits eene soort van lotusstengel of een
wijnrank draagt, die met in marmer uitgehouwen wingerdbla-
deren en druiven versierd is.
Aan den voet dezer rechtop s.taande lijksteenen ligt
gewoonlijk eene kleine marmeren zerk met in het midden
eene, eenige c.M, diep uitgeholde opening, waarin de
vrienden en verwanten bloemen steken en welriekende
oliën gieten. Later, als het graf verwaarloosd wordt, vult
zich deze holte met regenwater, waarvan de hier talrijke
duiven en ander gevogelte komen drinken.