Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
1. DE LANGE NACHT VAN HET NOORDEN.
Wij bevinden ons in de streek der ijsbergen. Het
schouwspel, dat deze aanbieden, is zóo , dat het oog zich
er niet van losrukken kan. Op de waterlinie hebben de^
golven holen en grotten gevormd, die met de fraaiste
azuurblauwe tinten gekleurd zijn. Als bij eenigszins on-
rustige zee de ijsbergen door den golfslag geschommeld
worden, vertoonen deze tinten alle overgangen v^n het
zuiverst wit tot het donkerst blauw. Waar de blokken
talrijk zijn, verneemt men een geknetter, gelijk dat door
electrische vonken ontstaat.
Tegen het laatst van October daalt in deze breedten
de zon in zee neer, om eerst na verscheiden maanden
weder te voorschijn te komen. Dat is de lange arctische
nacht. Nog eenigen tijd duurt het afschijnsel van een
morgenrood, waarop geen dag volgt, voort, en dan verdwijnt
ook dit. De nacht bekleedt voortaan als onbeperkte
gebieder den troon.
In dezen tijd van donkerheid blijft echter nog veel
over, dat den natuurvriend aantrekt. In het opflikkerend
noorderlicht, in de wondervolle helderheid der sterren,
in de wijde uitgestrektheid der ijsvelden, in de grootte
der bergen en gletschers , in de woede der stormen Itgt
veel verhevens, hoewel al niets, dat liefelijk en zacht is.
De natuur vertoont zich hier op eene reusachtige schaal.
Uit de glazen zee steken de klippen hare donkere toppen
op en zien grimmig op de met ijs bedekte woestijn der
wateren neer. Met grauwe hoofden verheffen de glinste-
rende bergspitsen zich hemelwaarts. De lucht is door-
zichtig, door de maan met kouden glans vervuld. Onder
dit luchtig gewaad van den nacht is noch warmte noch
kleurenmengeling. In het schemerdonker van den eeuwigen
1*