Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
de kaftan getrokken, d. i. een nauwe jas met breeden
kraag en tot op de knie reikende, en over den kaftan
trekken vele Russen nog een met boomwol gevoerden en'
tot onder de kuiten neervallenden overjas, den feres, aan.
Daarbij komt, als zij uitgaan willen, een derde en nog
langer jas. Kaftan en feres zijn, al naar ieders vermogen,
van katoen, zijde, damast of atlas, de overjas van licht-
blauw, bruin of donkergroen laken, ook wel van bont
damast, atlas of goudbrocaat: Van deze laatste stoffen
zijn al de jassen, die in de grootvorstelijke schatkamer
liggen en aan de ministers en raden bij plechtige audiën-
ties worden ter leen gegeven. De hoofdbedekking is bij
de voornamen eene muts van fijn bont, die meer dan
een halve M. hoog is. De gemeene burgers dragen lagere
mutsen. De stevels zijn bij de eersten van saffiaan, bij
de laatsten van juchtleder.
De vrouwen onderscheiden zich in hare dracht zeer
weinig van de mannen. Evenwel dragen zij geen kaftans
en de schoenen der rijken hebben zes c.M. hooge hakken;
ver loopen kunnen zij daarmee niet.
Talrijk zijn de kerken, nog talrijker de kabaken of
brandewijnskroegen. De gemeene lui slepen hier alles
heen, wat zij maar verdienen kunnen, om het te ver-
drinken, en als de zak leeg is, geeft men zijne kleeren,
tot zelfs zijn hemd toe, aan den hospes te pand. Uit
bijna iederen kabak, dien ik voorbijkwam, zag ik een
meer of minder ontkleede komen; de een had geen
muts, de ander geen stevels, de derde geen kaftan meer.
De vrouwen zijn bijna even sterk aan den drank ver-
slaafd als de mannen en loopen bijna even druk in den
kabak. Daar zitten zij vaak bij hare mans, met wie zij
om 't hardst drinken. Als deze naar huis willen, hebben
zij daar nog geen lust toe; zij krijgen eene afranseling,
maar blijven toch zitten.
Overal heen' 3de druk.