Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
feesten. Vandaag hebben de Lutheranen boet- en bededag
en ziet men de Duitsche burgers, vaders, moeders en
dochters, met de zwarte gezangboeken onder den arm
ter kerke opgaan. Morgen vieren de Catholieken een'
feestdag en stroomen de Polen, Letten en Fransche en
Oostenrijksche onderdanen tempelwaarts. — Overmorgen
kleppen en brommen de duizend klokken der Grieksche
kolokolniks en wemelt en krioelt het op alle straten van
de grasgroene, bloedroode, zwavelgele en hemelsblauwe
dochteren en vrouwen der Russische kooplieden. Bij groote
feesten, op de zoogenaamde »keizersdagen," komen
echter alle drachten, alle kleuren en modes aan het licht,
die van Parijs tot Peking gangbaar zijn.
34. MOSKAU, ZOOALS HET VOOR TWEEHONDERD
JAREN WAS.
Ik woon hier bij een' pelshandelaar; de man is vrij
bemiddeld, maar toch ziet het er in zijn huis bitter ar-
moedig uit. De wanden in de vertrekken zijn kaal en
naakt; hun eenig sieraad bestaat in een paar ellendig
gekladde heiligenbeelden. Even armoedig is het verdere
huisraad; eenige houten banken, tafels, kisten, drie of
vier aarden potten, een half dozijn schotels en kannen —
ziedaar alles. Veeren bedden heeft men hier niet; men
slaapt op matrassen, op matten of in zijne kleeren. Ik
hield deze gebreken eerst voor een bewijs van gierigheid,
maar heb later bemerkt, dat het in de meeste huishou-
dingen in Moskau zelfs bij rijke lieden even pover gesteld
is. Als de menschen althans maar zindelijk waren! doch
't schijnt, dat zij een geweldigen afkeer van schrobben
en boenen hebben, zoo zelden doen zij dat. Vandaar is
ook alles, wat men in huis aanvat, zwart en goor
van vuil en morsigheid.
Wie zich met die onzindelijkheid niet verzoenen kan,
heeft ook geen' smaak in het eten en drinken. Buiten-
dien is de kost grof en door het knoflook, dat in geen