Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
boschbrandon soms zoo talrijk , dat weken lang hel gan-
sche land in dichten rook gehuld is.
33. DE BEVOLKING VAN PETERSBURG.
is zonder twijfel zoo bont en afwisselend, als er maar
eene bestaat. Men sla slechts het oog op het militair.
Daar heeft men eene afzonderlijke kazerne voor de Kau-
kasische volken, eene afzonderlijke afdeeling voor de
Tartaren, weder eene voor de Finnen, verscheidene voor
de Kozakken, van al welke volken de uitgelezenen als
gijzelaars voor de trouw hunner broeders in de residentie
verblijven moeten. Men ziet den Kozak hoog te paard
met opgestoken lans, als waren er Franschen te vervolgen,
door de straten draven; den Tsjerkes, van top tot teen
gewapend en bepantserd, die op de openbare pleinen
zijne stoute rijkunst vertoont; den Tauriër, die, zijne
steppen en zijn Allah niet vergetende, met deftigheid
door de straten stapt; de Russische soldaten, die, geoe-
fend en gedrild, in breede gelederen voorbijtrekken: —
al de verschillende monteeringen en uniformen der Russi-
sche armee, van welke allen een proefje in de hofstad
moet zijn, de garderegimenten , huzaren , jagers, lansiers ,
dragonders, kurassiers en grenadiers, de sapeurs, mineurs,
pontonniers en artilleristen, die bestendig, te paard en te
voet, hunne wachten aflossend, karzernen betrekkend,
ter parade oprukkend, door de straten heen en weer
trekken.
Of men geve acht op de koopmanschap en het burger-
lijk verkeer. Daar mist geen volk van Europa en schier
geen van Azië, niet de Spanjaard en Italiaan, niet de
bewoner der groene Britsche eilanden, niet de kloeke
Noorman, niet de in ruischende zijde gekleed gaande
Boecharen en Perzen, zelfs de verre Indiër niet, noch de
staart van den Chinees, noch het ivoren gebit van den
Arabier der woestijn.
Of men beschouwe de mindere volksklasse. Daar ver-
keeren de plompe Duitsche boeren met de roerige Baard-