Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
lente kent men er nauwelijks; de Meimaand is guur en
biedt weinig genot aan; eerst met Juni komen warme,
zonnige dagen.
Al deze dingen hebben Liefland, Koer- en Esthland
met al de wijde landstreken gemeen, die met hen in
dezelfde zone om den aardbol liggen. De vochtigheid van
bodem en lucht schijnt hun echter bijzonder eigen. Het
motregent hier niet slechts dagen, maar weken achtereen,
zonder dat het ooit tot eene krachtige stortbui en vervol-
gens tot eene werkelijke opheldering komt. Zelfs de sneeuw
valt dikwijls als halve regen neer. Een skwakkelweer,"
gepaster woord is misschien voor deze luchtsgesteldheid
niet te vinden.
De Oostzee-provinciën zijn, wat de bevolking betreft,
de grens tusschen het Slaven- en het Germanendom, en
evenzoo liggen zij ook met hun weder tusschen Duitsch
en Russisch. Niet zoo scherp, als in Rusland, zijn de
jaargetijden gescheiden en niet zoo zacht, als in Duitsch-
land , zijn de overgangen. De Siberische noordenwind
kan nog niet tot verklaarde heerschappij komen en wordt
verzwakt door de zachte zeelucht van het westen, die den
zomer niet alleen koel, maar ook den winter warmer
maakt. In den winter, als in Rusland alles stevig over-
brugd is en de ijspaleizen vast staan, is in Koerland zulk
eene gestadige afwisseling van regen en sneeuw, dat de
menschen er over de onbestendigheid van de sledebaan
klagen. In de donkere herfstmaanden October en Novem-
ber schijnt de zon de aarde voor goed te verlaten. De
hemel is altijd met grauwe wolken bedekt; dag en nacht
wisselen elkander bijna onmerkbaar af. Wegen en paden
verdwijnen in het moeras; alle menschelijke verkeer houdt
op, en het leven wordt treurig en eentonig.
Een groot Lieflandsch moeras maakt eene sombere ver-
tooning. Het draagt alleen stijve rietgrassen, biezen,
mossen, kleine berkjes, wanstaltige dennen en dwerg-
wilgen. Alles is kale, barre, akelige wildernis, bewoond
door snippen en andere watervogels, en waar men niets
dan de krijschende tonen van den onrustigen kievit hoort.
Er zijn moerassen van meer dan eene vierk. mijl