Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
den rug, of hij wil en moet weg, naar de zee, welke
hij, zoodra hij maar loopen kon, ook al met zijn licht
bootje langs de kust bevoer.
Van de bekwaamheid en de wakkerheid der Vischlan-
ders op zee getuigen niet alleen hunne verre reizen,
maar ook hun gedrag aan wal, als een vaartuig bij zwaren
storm op de lange zandbank, die zich langs hun landje
uitstrekt, verzeild geraakt en in gevaar van stranden is.
Dan snelt alles, wat gezonde beenen heeft, naar het duin
en stoort zich niet aan het dolle windgebulder en aan
het in dichte wolken opstuivend zand. Ook zwakke
grijsaards en kleine knapen blijven niet achter; zelfs de
vrouwen grijpen naar de riemen. Zoo wagen zij moedig
hun leven en sturen de zwakke boot door de branding, om
zoo veel mogelijk menschenlevens en, als 't kan, ook
scheepsgoed te redden, voor welk laatste hun dan later
een bergloon wordt betaald. Arme schipbreukelingen en
gestranden worden daarbij altijd met groote gastvrijheid
door hen geherbergd en verzorgd. — Grooter is het
gevaar, als 's winters schepen in groote ijsvelden geraken,
daarin vastvriezen en er soms weken lang mee omdrijven
moeten. Dat is dan een harde, bange tijd voor de be-
manning, en de hulpvaardige strandbewoners, die met
zware ijssporen en krabben aan de waterlaarzen van schots
op schots springen, om de in nood verkeerenden van brand-
stof, brood, vleesch en drank te voorzien, wagen daar niet
zelden hunne gezondheid en hun leven bij, zonder dat
het hun stoffelijk voordeel van belang aanbrengt.
De oudere en meer ervaren Vischlander dient als kapi-
tein; de jongeren staan onder hem als stuurlieden, matro-
zen en scheepsjongens. De varensman moet altijd van
onder op beginnen. De gezagvoerders, ja zelfs de stuur-
lieden en soms bijna al het volk tot den jongen toe,
hebben bijna altijd een aandeel of »part" aan het schip,
waarop zij varen en dat een' koopman in Rostock tot
»correspondent-reeder" heeft, die de meeste aandeelen
bezit en alle geldzaken bezorgt. In deze scheepsparten
steekt buiten het kleine huis en eenige weinige onvrucht-
bare landerijen het gansche vermogen dezer lieden, en zij