Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
en neer beginnen te dansen, 't Hoofd naderende, laat
zij een schel fluiten hooren en legt zich vast. Ze komt
van Harburg. Nadat de talrijke passagiers, die meekwamen,
zich verstrooid hebben, ontlast zij zich ook van hare
loeiende, blatende en knorrende bevolking. Sissend
ontsnapt de overtollige stoom. Na eenigen tijd wordt op-
nieuw gestookt; dichte, zwarte rook stijgt óp uit den
schoorsteen; passagiers springen op het dek; de bengel
luidt, en de boot stuift weer voort. »Tijd is geld."
Dat schijnen zelfs de landlieden te begrijpen.
Wat is 't voor geratel, dat zich bij gindsch groot
pakhuis hooren doet? Goed toekijkende, zien wij, dat
het een stoomwindas is. In eene schuit staat eene kleine
machine. Vóór die ligt eene andere schuit met zakken
beladen. Vijf of zes dezer zware, met koffie gevulde
zakken worden op elkaar gelegd en het touw van het
windas er omgeslagen. Op een gegeven teeken begint
de machine te werken, en in een ommezien tijds is de
zware last vier verdiepingen hoog gebracht, waar hij door
de wachtende sjouwerlui wordt ontvangen.
Laat ons nu in eene der daarliggende sloepen stappen
en ons eens tusschen de lange rijen van schepen door
laten roeien, die in het midden eene waterstraat hebben
opengelaten. Een oud matroos biedt ons zijne diensten
aan. Met geoefende hand stuurt hij zijne jol tusschen
de menigte heen en weer kruisende vaartuigen door.
Dat daar, verklaart hij, is een landverhuizersschip en zal
morgen in zee gaan. Het is omringd door schuiten,
die de goederen der vertrekkenden aan boord hebben
gebracht. Tusschen de koffers, kisten, bedden en pakken
staan zij, die hun vaderland wellicht voor altijd vaarwel
gaan zeggen: kloeke mannen, vrouwen, grijsaards, lachen-
de, huilende en schreeuwende kinderen. — Ik wensch
u toe, dat gij vinden moogt, wat gij zoekt, daar ginder
ver op vreemde aarde! Hoe menigeen ligt daar begra-
ven en vergeten of leeft eenzaam in nood en ellende en
verlangt terug naar het lieve vaderland, dat hij nimmer
weer zal zien.
Maar 't wordt laat en wij keeren naar den vasten wal