Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
of ander held uit lang vervlogen dagen. Gij verheugt
u over de ooievaars, die boven uw hoofd heenstrijken;
want ze boeien voor eenige oogenblikken uw' blik, en
tegen den avond verlustigt gij u in de kleine vuren, die
ge in alle richtingen ziet opvlammen, deels door herders,
deels door de reizenden ontstoken, die als de karavanen
van het Oosten onder Gods blooten hemel vernachten.
De bewoners dezer pussten zijn hier na een tiental
eeuwen nog altijd dezelfden gebleven. Evenals hunne
voorouders dragen zij nog altijd denzelfden snorbaard,
dezelfde bespoorde stevels; de vreedzame boer vertoont
u nog altijd hetzelfde krijgshaftig- mannelijke gezicht en
denzelfden krijgshaftig- fieren gang. Op den bodem, dien
hij als soldaat veroverd heejt, is de Hongaar soldaat ge-
bleven; hij leeft met zijn paard nog altijd als een ruiters-
man. Reeds het eerste aanzien van een dorp verraadt
u de herkomst zijner bewoners; men bemerkt, dat het een
strijdbaar nomadenvolk is, dat zich daar gevestigd heeft; —
eene lange, breede straat, met aan weerszijden eene rij
huizen, wier linie overal van gelijke hoogte is, geeft
aan het geheel het aanzien van eene legerplaats. Het
heeft in alles het voorkomen, als moesten deze tenten op
't eerste horengeschal worden afgebroken en de inwoners
zich te paard werpen, om een ander beter land te zoe-
ken en te veroveren. De kerk in het midden van het
dorp wijst de plaats aan, waar vroeger de hoofdtent des
aanvoerders stond.
Evenals bij de steden van het Oosten ligt ook hier bij
den ingang van elk dorp de begraafplaats, schoonzonder
omheining of muur. Op de graven staan gebogene palen
en de dooden hebben allen het gezicht naar het oosten
gekeerd.
De Magyaar is gaarne soldaat; want hij volgt daarin
slechts zijne eigene krijgszuchtige natuurdrift. Het liefst
vecht hij te paard; want »de Hongaar wordt in den za-
del geboren," zegt een oud spreekwoord. Men kan ook
werkelijk zeggen, dat deze natie haar leven op het paard
doorbrengt; den man, die geen ruiter is, houdt zij voor
geen man. Hunne paarden, van het Tartaarsche ras,