Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
rens en piramiden. Bij plotselijke verandering van lucht
komen er soms snijdend koude "winden uit voort en ijs-
korrels, die rondom alles met sneeuw overdekken.
Het gletscherijs is in den regel grofkorrelig en zoo
hard, dat de herders er vuur op aanleggen zonder dat zij
gevaar loopen, dat het gesmolten ijs dat doet uitgaan.
Niets vreemdsoortigs blijft in het gletscherijs liggen;
na een bepaalden tijd komt het zeker weder te voorschijn.
Zoo viel bij Schnals een marskramer in eene ijsspleet en
verdween. Na vijftien jaren kwam het geraamte weer
voor den dag en had dit de raars nog vast op de ontvleeschte
schouders. Om zonder groot gevaar over deze kloven te
komen, gaat men gewoonlijk in kleine troepen, en alle
Alpenbeklimmers zijn met touwen aan elkaar gebonden,
om de vallenden terstond weer te kunnen optrekken.
Dikwijls worden op deze wijze enkelen, die naar beneden
gestort waren, weder aan het daglicht gebracht.
26 DE HONGAARSCHE PUSSTEN EN HUNNE BEWONERS-
Achter Pesth beginnen de pussten. Zoo noemen de
Hongaren de in 't midden huns lands zich uitstrekkende
steppen, die een' omtrek van wel bij de honderd uren
hebben. De meest vruchtbare grond levert het schouwspel
eener onafzienbare korenzee op, die onder den wind
golven slaat, maar soms ook door zand en heide wordt
afgebroken en eene barre woestenij vertoont, om vervolgens
weder in eene wijde, groene grasvlakte over te gaan,
waarop talrijke kudden hoornvee en paarden weiden.
Geene gebaande wegen, slechts wagensporen vertoonen
zich hier en daar. Uren ver ontdekt gij geen huis, laat
staan een dorp; slechts nu en dan komt een put te
voorschijn, namelijk een in de aarde gedolven put, een
paal tot het optrekken van het water en een uitgeholde
boomstam, om daaruit het vee te drenken. Soms leidt
ook uw weg u een' heuvel voorbij: de grafterp van een