Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
ten tot aan Oder en Weichsel uitstrekt, noemt men Duitsch-
land. Dit land, in deze uitgestrektheid, behoort tot de
fraaiste landen, welke de zon beschijnt. Onder een ge-
matigden hemel, onbekend met de verzengende lucht van
het zuiden en de alles verstijvende koude der noordelijke
streken, brengt Duitschland alles voort, wat de beschei-
den mensch voor lichaam en geest kan wenschen zonder
hem te vertroetelen, te verharden, te bederven. De bo-
dem is tot elke bebouwing geschikt. Beneden de blij-
vende sneeuw der Alpen strekken zich de heerlijkste wei-
den uit. Langs den kalen rotswand ontsluit zich een
vruchtbaar dal. Nevens moeras en heide, alleen met
bies en braam bezet en 's menschen vlijt niets opleverende,
dan de magere vrucht van boekweit en haver, verlustigen
de rijkste velden het oog en brengen een' schat van graan
en overvloed van de fijnste tuinvruchten voort. Vrucht-
boomen vertoonen zich in ontelbare menigte en in elke
soort. Hoog op de bergen des lands steekt onder beu-
ken en dennen de trotsche eik zijn hoofd op en ziet over
hellingen en heuvels heen, die den kostelijken wijn kwee-
ken. Geen verscheurend dier verontrust, geen landplaag
van lastig ongedierte kwelt de menschen. Overvloed heeft
het land daarentegen aan nuttig vee. Het schaap draagt
wol voor het fijnste spinsel, de stier verraadt sterkte in
bouw en gestalte, het paard komt in verschillende edele
rassen voor. In haren schoot verbergt de aarde groote
en rijke schatten. Uit vele en onuitputtelijke minerale
bronnen doet zij den mensch heeling en versterking toe-
stroomen; den vlijtigen bergman beloont zij hier met de
edelste specerij, het zout, daar met goud en zilver, op
andere plaatsen met ijzer in menigte. Zulk een land,
met zoo rijke gaven, eigenschappen en krachten toegerust,
is door de natuur onmiskenbaar bestemd, om een groot en
sterk volk te voeden, en om in dat volk door oefening
en inspanning eene hooge beschaving des geestes te
kweeken, te onderhouden en te bevorderen.