Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
lijk de behoeftige Napolitanen, die, zonder een vast be-
drijf uit te oefenen, langs straat slenteren en van de
toevallige inkomsten leven, die in eene door vreemdelingen
zoo druk bezochte stad als Napels nog al zoo gering niet
zijn. De lazzaroni zijn dus geen eigenlijke leegloopers
of schooiers; maar men moet hen uit een ander oogpunt
beoordeelen dan de arbeiders in de noordelijke streken,
die, om zich tegen storm, regen, sneeuw en koude te
beschutten, door de natuur tot zwaar werken gedwongen
worden. In de zuidelijke landen daarentegen lokt de
natuur zelve tot genieten uit en maakt het mogelijk,
dingen, die men bij den eersten oogopslag noodwendig
zou achten, zonder bezwaar te missen. Al draagt men
daar lompen, zoo lijdt men nog geene koude; hij, die 's
nachts op de drempels der paleizen, onder de portalen
der kerken of op de openbare straat slaapt, behoeft zich
daarom nog geenszins ongelukkig te voelen; daar valt de
mensch, die niet voor den dag van morgen zorgt, nog in
geenen deele aan het gebrek ten prooi. Hij kan zelfs
een zeer genoeglijk leven leiden; want de gezegende
Gampagna levert in elk jaargetijde overvloed van groenten
en vruchten op; de zee brengt aanhoudend visschen
en schelpdieren aan, en in het zachte klimaat heeft men
geen behoefte aan haard of kachel. Het dak van den
lazzarone is bijna altijd de blauwe hemel; 't moet zeer
erg loopen, als zijne kleeding hem onder de warme zon
niet beschut; hij kan rust nemen, zooveel hij verkiest;
hij is nu wel geen heer, maar ook niemands knecht;
zijne inkomsten zijn onzeker, maar eenige weinige pen-
ningen ook toereikend, om in zijne behoeften te voorzien.
Gaan wij het dagwerk van zulk een' man eens na.
Hij heeft zijne nachtrust op de steenen genomen en het
morgenrood doet hem ontwaken. Van pijn of stramheid
in de leden voelt hij niets; want van kindsbeen af is hij
aan zulk een hard bed gewoon. Zijne eerste gewaarwor-
ding is honger. Hij tast dus in zijn' zak, maar vindt er
geen penning en geen kruimel maisbrood meer. Om toch
wat te doen, kuiert hij naar de naaste kerk en woont
zeer aandachtig eene mis bij. Daarna slentert hij zingend