Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
den schors vloeit een sap, dat tot lak en reukpoeder
dient. De altijd groene eik vormt bosschen en komt in
groote tuinen voor; zijne eikels zijn eetbaar. Verder
naar het zuiden vindt men ook kurkeiken, welker bekende
zwamachtige schors om de acht of negen jaren wordt af-
geschild. Mirt en laurierboom groeien hier reeds dikwijls
in het wild, en overal wordt het oog des reizigers door
de rijk gevulde bloesems der oleanderbosschen aangetrokken.
Ons gewone ooft: pruimen, kersen, appels, peren,
abrikozen en perziken, komt hier in veel grooter hoeveel-
heid dan bij ons voor, zonder daarom nochtans geuriger
en smakelijker te worden. De amandels eet men liefst
groen. Hazelnoten worden overal gepeld en geroosterd
verkocht. In alle tuinen vindt men den sierlijken peper-
boom, wiens vrucht, de zoogenaamde Spaansche peper,
uit bosjes, de grootte eener erwt hebbende, hoogroode,
bezien met zwarte korrels bestaat en voor zeer gezond
wordt gehouden. In menigte groeit in het wild het zoet-
hout, een vier tot vijf voet hooge struik, wiens lange krui-
pende wortel het bekende zoethout en ook het sap tot het drop
levert. De boomwolheester groeit in de omstreken van Napels
en wordt daar drie voet hoog. Hij heeft twee jaren noodig
om tot rijpheid te komen; alsdan draagt hij doosjester grootte
eener noot, waaruit de zuivere wol blinkend wit voOr
den dag komt. Eindelijk mag men ook de aloë's en
cactussen niet voorbij zien. Deze laatste schieten tot van
zes tot acht voet hooge bossen op en geven zoete, sap-
pige vruchten, die onder den naam van Indiaansche vijgen
bekend zijn en veel van moerbeziën hebben. De aloë
schiet na verloop van tijd een wel een arm dikken,
dertig voet hoogen stengel. De stekelachtige bladen zijn
beneden vaak verscheiden c.M. dik, ruim een half voet
breed en zes tot zeven voet lang.
23 DE LAZZARONI EN HET VOLKSLEVEN TE NAPELS-
Onder den naam van »lazzaroni" verstaat men gewoon-