Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
22. WAT IN ITALIË AL ZOO GROEIT EN BLOEIT.
Wat aan het Italiaansch landschap zijne grootste pracht
en heerlijkheid hijzet, is de rijke, "welige plantengroei.
Vooreerst staat daar de dadelpalm, die hier de hoogte
van dertig tot veertig voet, dus de helft van die in zijn
vaderland, bereikt. Als een reusachtig varenkruid schiet
hij van beneden uit zijn' stam de lange, smalle, geve-
derde bladen uit. De in vele tuinen voorkomende waai-
erpalm is veel kleiner. Citroen- en oranjeboomen over-
winteren in zuidelijk Italië onder den blooten hemel en
de geur hunner bloesems vervult de lucht. De kastanje-
boom, in geheele bosschen vaak, bemint vooral den
vulkanischen bodem. Zijne vrucht, grooter dan die der
Duitsche kastanjes, wordt overal op de straten inblikken
trommels gebraden en is een kostelijk voedsel. Vijgen
groeien er in groote menigte. Deze overal aangeplante boom
wordt zelden hooger dan vijftien voet en groeit meer in
de breedte. De bladen zijn groot en dik; de peervor-
mige , opstaande vruchten wassen bijna zonder steel aan
de takken. De pijnboom is de Italiaansche den en ver-
krijgt door het afbreken der benedenste takken dikwijls
den vorm van een' zonnescherm. De pijnappel, de dikte
hebbende eener goede vuist, bestaat uit eene menigte
harde korrels, welker amandelachtig merg voor den ge-
meenen Napolitaan eene lekkernij is. De Sint Jansbrood-
boom heeft in de verte veel van een' eik. Zijne lange
peulen met zoet, meelachtig merg, waarmee Joannes de
Dooper zich in de woestijn gevoed zou hebben, worden
doorgaans slechts als veevoeder, vooral voor ezels, ge-
bruikt. De cipres dient in groepen of lanen tot ver-
siering van kerkhoven of kloostertuinen, waartoe zijn som-
bere ernst dan ook zeer goed past. De olijfboom met zijn
mat, blauwachtig groen, op de achterzijde als zilver
glanzend blad doet aan sommige onzer populiersoorten
denken. De olie, die hij levert, vervangt hier te lande
boter en vet. Ook uit de vruchten van den tamelijk
hoogen mastikboom trekt men olie, en uit zijn ingesne-