Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
blijft voortbrengen. Hoog in de lucht zweeft de lam-
mergier, die slechts op de steilste, ongenaakbaarste rot-
sen nestelt en op gemzen en geiten jacht maakt. Uit
holen en gaten kruipt het mormeldier, om gras en krui-
den te zoeken, terwijl de vlugge gems de gevaarlijkste
sprongen over gapende afgronden doet en vervolgd wordt
door den jager, die op deze jacht zijn eigen leven inde
waagschaal stelt.
20. DE ALPENHERDERS.
Op de hooge, groene bergweiden of matten drijven de
Alpenherders gedurende de weinige zomermaanden tal-
rijke kudden van schapen, geiten en koeien, welker wel-
luidend klokjesgebengel ons reeds van verre aangenaam
in de ooren klonk. Deze herders zijn meest arm; zelden
zijn de aan hunne zorg toevertrouwde kudden hun eigendom.
Gewoonlijk worden zij door de bezitters der Alpenplaatsen
hierheen gezonden, of zij huren eene weide en dikwijls
de koeien daarbij. In een blauwen kiel met linnen
broek, die tot over de knieën reikt, en 't hoofd meteen
lederen kapje bedekt, gaan ze blootvoets of op houten
klompen. Daarbij zijn zij krachtig en gezond, trotsch
op hun vaderland en ingenomen met hun beroep en hunne
eenvoudige, viüje levenswijze.
In Zwitserland is de melkerij en de kaasbereiding
meestal geheel aan de mannen opgedragen; boter wordt
weinig gemaakt. Reeds in Mei trekken de »sennen"
of herders met de geiten en schapen naar den Alp; vier
weken later komen de koeien. Zulk een optrekken
naar den Alp is een algemeen feest. De herders zijn
daarbij uitgelaten van blijdschap, en ook het vee schijnt
gaarne het dal te verlaten en klautert vroolijk tegen de
vaak vrij steile hoogten op. Vooraan gaat de herder,
met bonte linten versierd, dan komt de veeknecht,
doorgaans eene jonge, vlugge knaap nog, met de gansche