Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
schelijke bedrijvigheid en de niet te hoog gelegene met
akkers, boom- en wijngaarden, die ook bij da bergen
oploopen, rijkelijk bedekt. Te midden daarvan ontdekken
wij dicht op elkaar gedrongen, nijvere steden en lachende
dorpen met verstrooid liggende woningen in eigenaardi-
gen bouwtrant, welker bewoners van die der naburige
dalen door onbekhmbare bergen gescheiden of die door
gemakkelijke passen, waar kunstige en natuurlijke wegen
doorheen leiden, meer of minder met hen verbonden zijn.
De wijde, diepe dalkloven zijn vaak vele mijlen ver met
water aangevuld en vormen die groote en kleine berg-
meren van uitstekende helderheid en verschillende kleur,
welker oevers zich deels steil en dreigend verheffen, deels
in bevallige vlakten uitloopen.
Het beklimmen van een Alpenberg verleent den vriend
der natuur een onbeschrijfelijk genot. Door de be-
bouwde dalen nemen wij onzen weg opwaarts; tuinen,
akkers en weiden, groene boom- en wijngaarden laten
wij achter ons en wij dringen door de trotsche bosschen,
die den berg omgorden. Aanvankelijk is het krachtig
bladhout; verderop verheffen zich slanke, kloeke dennen,
pijnen en ander naaldhout. Nog hooger houdt die for-
sche boomgroei op; slechts laag kromhout en velerlei
braamstruiken vermag de ruwe, onvruchtbare bodem nog
voort te brengen. Naakt of met mos begroeid gesteente
breidt zich voor onze blikken uit; aan alle zijden stape-
len zich loodrechte rotswanden ten hemel op, en diepe
gapende reten en kloven dreigen den wandelaar bij eiken
voetstap te verslinden. Daar is alle leven uitgestorven,
en akelige stilte heerscht in de schrikbarende wildernis.
Wilde bergstroomen storten in de diep gespleten kloven
neder, en hun klateren en klotsen is 't eenig gerucht,
dat men in deze eenzaamheid verneemt. Vaak lost bij
den hoogen val hun water zich in schuim en stof op,
en alsdan bieden zij, als de zon er op schijnt, een ver-
rukkend schoon schouwspel aan. Hier en daar vertoonen
zich nog enkele woudstrepen, schoon slechts van dwerg-
achtige dennen, en bedekken bramen den steenachtigen
grond, die echter ook nog heerlijk gekleurde Alpenrozen