Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
pe, waartoe men die een etmaal in eene loog van asch
en ongebluschte kalk weekt, ze dan weer eenige dagen
in versch water legt, en ze ten laatste met venkel, ko-
rianderzaad en andere specerijen in vaten pakt of in
flesschen bewaart. In Italië en Zuid-Frankrijk komen
zulke ingemaakte olijven dikwijls op tafel. Dit is echter
maar het geringste nut; de hoofdzaak is en blijft de
kostbare, bij ons als »boomolie" bekende olijvenolie.
De vruchten, die daartoe zullen dienen, moeten volkomen
rijp zijn. Zij worden in een daartoe bestemden molen
zacht gekneusd en dan in de pers gebracht. De eerste
zachte drukking geeft de beste en fijnste olie, die wit
van kleur, ongemeen zacht en zoet van smaak is en alleen
uit het vleesch druipt. Op die eerste volgt eene tweede
sterkere drukking, waarbij ook uit de kern en de schel
olie geperst wordt. Vloeit er geen olie meer, dan giet
men kokend water op de pap, roert die om en perst
haar opnieuw. Hierdoor bekomt men water met olie
vermengd; de laatste drijft er boven op en kan ge-
makkelijk afgeschept worden, doch is groen van kleur en
vrij wat onzuiver. De Provence-olie, die uit Provence
(Zuid-Frankrijk) komt, heeft bij ons den naam van de
beste en fijnste boomolie gekregen, schoon wij haar in
den handel zelden volkomen zuiver bekomen.
19. DE ZWITSERSCHE ALPEN.
Het trotsche Alpengebergte, dat zich van Zwitserland
tot over een groot deel van het zuidelijk Duitschland
uitstrekt, heeft eene lengte van 120 en eene breedte van
20 tot 40 mijlen. Uit de-dalgronden, die het rotslichaam
der Alpen deels in de lengte, deels in de schuinte door-
snijden, verheffen zich hemelhoog opstijgende bergen tot
eene hoogte van -15,000 voet. Deze bergen zijn in
het geheel niet of slechts voor een klein gedeelte be-
bouwd; doch de meeste dalen zijn het tooneel van men-
3*