Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
morgen spoorloos verdwijnen, om zich na eenige dagi
plotseling opnieuw te vertoonen.
18, DE OLIJFBOOM.
In Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië en Griekenland levf
geheele streken bijna uitsluitend van de opbrengst
den olijfboom. Zooals onze kerse- en pruimeboomen zi(
gaarne bij onze woningen ophouden, is in die warr
landen de olijfboom een lieve vriend ook van de arms
hut; maar op de rotsachtige helling en in de klovi
der bergen vormt de olijfboom gansche bosschen, d
door den breedbladerigen vijgeboom liefelijk worden or
zoomd. Wel kan het loof des olijfbooms zich niet met d
van den vijgeboom meten; want de smalle bladeren zi
meer grauw dan groen, de dunne buigzame takken zi
ook niet zeer fraai en komen onregelmatig aan al
zijden van den stam te voorschijn, deze laatste is meest
krom, knoestig en gespleten, alsof hij door den blikse
getroffen was; maar daarvoor woont in den gezegend*
boom ook eene onverwoestbare kracht: het vuur kan he
bijna tot den wortel verteren, en toch schiet hij nog we
frissche loten, en spoedig is er een nieuwe boom opg
groeid. Juist daarom is deze boom voor de droge «
warme landen, wier bergen eene vette aardkorst ontbreek
zulk een onschatbaar weldoener.
De witte bloesems komen aan de vleugels der bladen
in kleine trosjes te voorschijn en brengen eene lan
werpig ronde vrucht voort: de olijf, die eene harde ke
bevat. De grootte der olijven is verschillend; eenii
gelijken veel op kornoeljes, andere worden zoo groot z
onze pruimen. Hare kleur loopt van het lichtgroen
het donkergroen of ook wel in donkerrood. Het vleesi
is sponsachtig en heeft een bitteren , walgelijken smaal
waarom men ze ook niet rauw kan eten. Wel maa
men de olijven in, voornamelijk de afgevallene en onr