Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
eene sombere vertooning. De straten zijn doodsch en
stil; sleclits zelden ziet men er een Moor in zijne schil-
derachtige dracht.
Achter de stad verheft zich, in reusachtige afmetingen
als een eenige ontzettende steenklomp oprijzend, de rots
van Gibraltar, het oude Calpe. Naar het oosten daalt
zij bijna loodrecht in zee af, een twaalf honderd voet hoog
voorgebergte vormende; hare af hellingen naar 't zuiden en
't westen zijn zachter; naar het noorden, waar de rots-
wanden als reusachtige muren opstijgen, hangt zij met
Spanje door eene smalle landtong samen, die slechts
weinig voeten boven de zee verheven ligt.
De rotsreus heeft de gedaante van een rustenden leeuw.
Op de uiterste spits van zijn' rug staat de oude, door
Tarik gebouwde Saraceenentoren en daarbij het Engelsche
"wachthuis met zijn' seinpaal, die bericht geeft, zoodra aan
den verren horizont in het oosten of westen schepen
verschijnen. Hoog boven waait de vaan van Engeland,
aantoonende, dat dit het is, dat hier aan den ingang der
Middellandsche zee dreigend wacht houdt.
Drie galerijen met honderdtwintig vuurmonden zijn boven
elkaar in deze rots aangelegd, waarvan de onderste vier-
honderd voet boven de stad begint. De geheele naar zee
toegekeerde zijde heeft echter met de talrijke buitenbatte-
rijen over de zeshonderd stukken, de meesten van zwaar
kaliber. Uit de bovenste, duizend voet hoog gelegen
galerij komende, gaat of rijdt men nog tweehonderd voet
hoog tot op de spits der rots naai^ het wachthuis, van-
waar met tot aandenken den een of anderen steen uit
het Michaëlshol medeneemt, dat in het zuidelijk gedeelte
der rots ligt en veel druipsteenvormingen bevat. In den
achtergrond van dit merkwaardig hol is een steil afdalende
rotsgang, wiens diepte nog niet bereikt is, niettegen-
staande Engelsche officieren zich er bij herhaling aan
touwen in hebben neergelaten, 't Verhaal zegt, dat deze
gang onder zee door naar Afrika leidt en daar met eene
grot op den Apenberg bij Ceuta in verband staat. Hieruit
wil men ook verklaren, dat talrijke apenkudden, die men
heden op de oostzijde der rots van Gibraltar dikwijls ziet,
Overal heen! %de druk. 3