Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
schen groeien zuidelijke en tropische vruchten en bloemen;
zijne gebergten leveren kostbaar marmer en albaster; in
zijne mijnen schuilen zilver, goud en kwikzilver; zijne
zon stookt de vurigste wijnen, en geurige vruchtoliën ge-
dijen er ook zonder toedoen van de menschelijke hand.
Veelvuldige oorzaken hebben dit paradijs echter schier tot
eene wildernis gemaakt en de veertig millioenen inwoners,
die het land in den Romeinschen tijd telde, tot op twaalf
millioen verminderd. Dus woont daar, waar misschien
tachtig millioenen menschen gelukkig leven konden, nog
slechts ruim het achtste gedeelte daarvan, en onder deze
bestaat nog de helft uit bedelaars. De olijven in 't zuiden
van Spanje zijn tweemaal zoo groot als die, waaruit de
Provenceolie geperst wordt; de wijnen van Alicante,
Xeres en Malaga verwarmen als vloeibaar geworden zon-
nestralen , en de door de gansche wereld verzonden
druiven verkwikken menig menschenhart. De Spaansche
wol wordt door die van geen ander land in fijnheid ge-
ëvenaard ; men heeft er wouden van palmen zonder woes-
tenij , suikerplantages zonder slaven; maar al deze zege-
ningen van de natuur, het hemelsch klimaat en den
heerlijken bodem kunnen de wonden niet heelen, die het
ongelukkig land en zijn van nature edel en waardig volk
geslagen zijn.
17. GIBRALTAR.
De zeeëngte van Gibraltar is de verbindingsweg tus-
schen de Atlantische en de Middellandsche zeeën; hare
gemiddelde breedte bedraagt slechts twee mijlen. Twee
rotsen, de zuilen van Hercules der Ouden, de eene,
Geuta, op Afrika's, de andere, Gibraltar, op Spanje's
kust, zijn de poort en de sleutels der Middellandsche zee.
Achter het mastenbosch in de Straat van Gibraltar ligt
de stad van dien naam tegen de rosten aangebouwd.
De huizen zijn donkerkleurig, slecht gebouwd en maken