Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
tot achter in hun schrikwekkend grooten muil kan zien. ^
Na de leeuwen en leeuwinnen uit Azië en Afrika be-
schouwd te hebben, komen wij aan de gevlekte en ge-
streepte hyena's uit Goromandel, Senegal en de Kaap de
Goede floop. Men zou het die kleine dieren met hun
afbellend achterlijf niet aanzien, dat zij zoo sterk eri wreed zijn.
Wij slaan een ander pad in. Welk een geschreeuw
klinkt ons uit dat hooge, ronde traliegebouw tegemoet,
"waar wij dieren met vogelvlugheid heen en weer en op
en neer zien springen? 't Is het apenhuis. Er hangen
touwen om tegen op te klauteren en schommels van
touw, terwijl boven in het gebouw zeer smalle galerijen
rondloopen. De lang- en kortstaartige bewoners van dit
huis doen op die smalle wegen ware heksensprongen, die
een oorverdoovend gejubel bij de hier altijd verzamelde
jeugd uitlokken. Zoo haastig, dat men er geen oog op
kan houden, klimmen zij tegen de touwen omhoog; pijl-
snel laten zij zich weder afglijden, dikwijls met den kop
naar beneden, en dan weer wippen zij van het eene touw
op het andere met eene nooit falende zekerheid. Twee
aapjes hebben twist met elkander; een derde ergert zich
daaraan en jaagt hen weg, doch wordt op zijne beurt
weer vervolgd door een vierden. Hij klautert haastig een
touw op; doch de andere neemt een korteren weg en haalt
hem bijna in. Nu begint er op eene der bovengalerijen
eene jacht, waarbij men van 't enkele aanzien duizelt.
In een oogwenk springt de vervolgde naar beneden,
grijpt onder 't vallen een touw, komt op den grond te
land en verbergt zich tusschen zijne kameraden. En zoo
gaat het voort van *s morgens tot 's avonds.
Nog oneindig meer is er te zien. In een vogelhuis
breidt de condor van Chili zijne reusachtige bruinzwarte
vleugels uit. Wij wandelen voorbij een' vijver, waar In-
dische, Amerikaansche en Afrikaansche ganzen en eenden
snateren, terwijl zwanen statig over den waterspiegel
glijden en hunne witte vleugels door de zon laten be-
stralen. In het gindsche veelhoekige gebouw met het
pannendak wonen de dieren van de eerste grootte, de
adel onder de viervoeters. De vorst is daar de olifant,