Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
14. iN DEN PARIJSCHEN DIERENTUIN.
Men stelle zich eene soort van lommerrijk park met vele
wandelpaden voor, waar honderden zeldzame dieren hunne
verhUjfplaats hebben. Elk heeft zijn huis of hok en daar
rondom een grasperkje, door een ijzeren hekwerk omringd,
waar het de vrije lucht kan genieten. Wij gaan dadelijk
rechtsaf de boschjes in. Daar woont eene kudde rendieren,
die onder den betrekkelijk zachten hemel van Parijs nu
reeds een aantal jaren zeer goed gedijen. Zij zijn niet
schuw, maar zien met hunne zwarte oogen rustig rond en
eten nu en dan iets van het voor hen uitgestrooide
IJslandsche mos, hun gewoon voedsel in hun geboorteland.
In het tuintje daarnaast kan men de schoonste Angora-
geiten met het lange zijdeachtige haar zien. Sla nu een
blik op dat bevallige dier, geel met zwarte strepen, 't Is
een zebra. In het tegenoverliggend perk vindt men de
zonderlinge schapen uit IJsland met hunne vetstaarten en
hunne donkerbruine of donkergrauwe vacht; zij komen
vertrouwelijk naar den bezoeker en eten brood uit zijne
hand. Hunne buren zijn schapen uit Astrachan, en wat
verder graast een fraai hert uit Java. In andere perken
stappen een paar struisvogels en een deftige maraboetreiger
rond. Schepsels, die op de aarde duizend mijlen ver van
elkander leven, houden hier buurschap. De groepen van
al deze dieren op het door de zon beschenen heldere gras
zijn een genot voor de oogen en dienen ook dikwijls aan
schilders tot studiën.
Thans zijn wij bij de wilde dieren, die in hokken
achter ijzeren tralies zitten. Hoor, welk een gebrul!
't Is afkomstig van eea beer uit Kamtsjatka. Zijn buur-
man , een andere beer, heeft de reis van de Gordillera's
hierheen moeten doen. Het volgende hok schijnt ledig;
doch neen! ziet ge ginds in dien hoek die twee fonke-
lende groengele punten niet? Dat zijn de vurige oogen
van den zwarten panther van Java. Naast hem ziet men
een paar jagoears, die hunne bonte huid door de zon
laten beschijnen en nu lui liggen te gapen, zoodat men