Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Tot het aankweeken der aardappels zelve, die den
menschelijken bewoners tot voedsel dienen — deze worden
er echter niet zoo vet van als de zwijnen van de schillen —
vindt men bij elke hut een kleinen eigen akker. De
arme lersche boeren leven bijna alleen van aardappels.
"Vleesch en brood krijgen zij bijna nooit te zien. fienigen
hebben wat melk, de meesten enkel en alleen zout bij
hun eenvoudig voedsel. Daarbij zijn zij echter altijd
tevreden; hunne talrijke huishoudingen morren nooit, als
zij maar aardappels in den ketel vinden, die boven een
turfvuurtje in het midden der hut hangt. Als echter
midden in den zomer de booze tijd komt, waarin de
voorraad van oude aardappelen opraakt en de nieuwe nog
niet rijp zijn, dan zijn honderde, ja, in ongelukkige jaren
duizende gezinnen gedwongen, hunne rookerige hutten
te verlaten en met den bedelzak op den rug tegen den
verschrikkelijksten vijand, den honger, te velde te trekken.
En in dezen tijd, den hardsten en wanhopigsten van het
jaar, vertoonen zich de gastvrijheid en weldadigheid der
Ieren, van de geringste zoowel als van de hoogere stan-
den, in haar schitterendst licht. Die, welke het beter
hebben, laten zonder morren hunne ongelukkige broeders
in hunne woning toe en geven hun voedsel, eene schuil-
plaats en wat verder maar in hun vermogen staat.
11. HOLLANDS TULPEN- EN HYACINTHENHANDEL.
Wanneer men in de provinciën Noord- en Zuid-Hol-
land de kusten der Noordzee bezoekt, dan ontwaart men
overal los zand. 't Zijn duinen en weer duinen, die de
Voorzienigheid daar als het stevigste bolwerk tegen de
vernielende golven nederlegde. Meent echter niet, dat
het oog hier slechts eene woestenij aanschouwt. Tegen
deze duinen liggen de schoonste buitenplaatsen, en be-
geeft ge u een uur landwaarts in, dan kunt ge nauwe-
lijks de torenspitsen tellen der dorpen, die, zoo niet