Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Na het doen springen werden de op den grond lig-
gende kolen in de reeds klaarstaande, op vierraderige, ijze-
ren sporen loopende, met haken aan elkaar hangende kor-
ven gestort, waarop een opzichter met een boek in de
hand toetrad, die nazag, of de korven behoorlijk vol wa-
ren, hun aantal opteekende, op den laatsten korf sprong
en zich met den ganschen trein door een' arbeider naar
de vullingsplaats der schacht liet schuiven. De beide
anderen maakten intusschen toebereidselen, om een nieu-
wen kolenwand te doen springen, en na een half uur,
toen wij op den terugweg waren, hoorden wij reeds den
doffen knal, die de herhaling der hierboven vermelde
werkzaamheden aanduidde. Op de vullingsplaats bene-
den in de schacht zagen wij de van raderen voorziene
kolenkorven aan het ophijschtouw vastmaken. In een om-
mezien zijn zij boven en storten daar hun inhoud in
eene soort van houten trechter uit, waardoor de grove
brokken op de zoogenaamde bank te recht komen, waar
zij door vrouwen en kinderen gesorteerd worden. Al
naar de grootte der stukken komen deze in verschillende
ijzeren wagens, ieder van honderd centenaars inhoud,
die op het hellend vlak eener spoorlijn van zelve naar de
kaai aan den rivierkant loopen, waar zij hunne vracht in
de daar wachtende schepen storten.
De berglieden in de Engelsche kolenmijnen moeten zeer
zwaar arbeiden, maar worden ook goed betaald. Voor
de gezondheid voordeelig is hun bedrijf zeker niet. De
meeste arbeiders hadden een bleek, ziekelijk uitzien, hun-
ne stem was heesch, hun adem kort, hunne oogleden ge-
zwollen en het daglicht scheen velen pijnlijk aan te doen.
Treurig is het leven van hen, die de kolen uit smalle
gangen of schachten halen, waarin zij vaak niet anders
dan liggend of in zeer gekromde houding arbeiden kun-
nen; en juist in deze akelige holen, die somtijds dui-
zend voet diep onder den grond voortloopen, is de toe-
voer van versehe lucht het gebrekkigst en het gevaar
door 't ontvlambaar kolengas het grootst. Niet altijd is
dat gevaar niettegenstaande de veiligheidslamp te vermij-
den, en hoe talrijke ongelukken plaatsgrijpen, bewijst de