Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
chines, het rollen der op en neergaande karren, het
springen der kolenwanden onder onze voeten: al dat
dreunen en woelen onder ons en het druk heen en
weer rennen der zwarte, met roet en koolgruis bedekte
menschen gaven aan het beeld iets wezenlijk spookachtigs.
Eindelijk brak het onweder boven ons los, de hemel
werd als eene vuurzee, de donder ratelde, de regen klet-
terde in stroomen neer. Wij haastten ons naar het naaste
mijnhuis, een groot gebouw met torenhooge schoorsteenen,
en traden binnen.
Op onzen angst volgde eerst verbazing, toen bewonde-
ring. Alles in dat huis was in kolenstof gehuld, zwart
en donker; doch des te meer trof ons de geest van orde
en regelmatigheid, die er in alle deelen heerschte. De
hoofdplaats werd door het groote stoomwerktuig, de ziel
van het geheel, ingenomen. Het had driehonderd paar-
denkracht, en de ontzettende cylinders van vijf voet mid-
dellijn gingen zoo rustig op en neer, dat men bijna geen
gerucht vernam. Nevens de machine gaapte de ingang
tot de schrikwekkende diepte.
Wagens vol kolen, berglieden, zwart als de stof, waar-
mee zij omgingen, opzichters en ander volk kwamen op
en verdwenen als schimmen. Bij al die bedrijvigheid
om, nevens, onder en boven ons — nergens rumoer,"
nergens verwarring.
Op de uitnoodiging van onzen wegwijzer stapten wij in
een ledigen kolenwagen, die juist in de verscheiden hon-
derd voet diepe schacht neerdalen zou. Wij kwamen aan
de eerste galerij, waar de bovenste kolenbedding, die bier
eene dikte van vijf voet had, werd losgebroken, en stapten
uit, om dat werk mede aan te zien. Een bergman kwam
op het door een fluitje gegeven sein van onzen gids toe en
bracht ons naar de plaats, waar men een ongeveer twaalf
voet langen wand had afgebakend, dien men nu door
middel van buskruit zou doen springen. De ontploffing
geschiedde; een kolenlast van voor 't minst driehonderd
centenaars stortte, in, voor een goed deel in zoo groote
stukken, dat drie mannen ze niet bewegen konden. Deze
brokken moesten later met hamer en kegge gekloofd worden.