Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
gebouwd uit groote dunne broodschijven, een groote
kaas, gebakjes en appelen op den top, alles omringd
door noten en door,koekjes in de gedaante van dieren;
flesschen en oliekannen. Doch er zijn twee gerechten,
die vooral op Kerstmis niet ontbreken mogen, namelijk
lutfisk of stokvisch met boter, en Julgrot of zoete grut-
ten , die eerst gekookt en dan zevenmaal opgebakken moe-
ten worden, wat men echter vervangt door er telkens
opnieuw eene hoeveelheid in melk gekookte grutten met
suiker en kaneel bij te voegen. Nabij de tafel hangt
eene uit stroo gevlochten, fraai versierde kroon van de
zoldering. De tafel wordt verlicht door veelarmige kan-
delabers, van welke men éen bij ieder kind zet.
Onder vroolijke gesprekken wordt deze maaltijd gehou-
den, en het is regel en wet, dat niemand van de grut-
ten proeven mag, zonder vooraf een rijmpje te hebben
opgezegd. Na het eten zingt men Kerstliederen en steekt
men het groote Kerstlicht aan, dat den geheelen nacht
niet mag uitgaan. Na eenige uren rustens gaat men
hierop naar de vroegkerk van vijf uur in den morgen,
waaruit niemand wegblijft. Met wagens, te paard of te
voet trekken de dorpsbewoners gemeenschappelijk en,
als het geen maneschijn is, met fakkels naar de luisterrijk
verlichte kerk. Bovendien heeft ieder een waskaarsje bij
zich, dat hij in zijne bank op een' blaker zet en waar-
van hij gaarne nog het overschot, als iets gewijds, mede
naar huis brengt. Op dien vroeg- volgt de hoofddienst,
die tegen acht uur is afgeloopen. Nu snelt alles zoo spoe-
dig mogelijk huiswaarts. Hij , die het eerst in het doi*p
terug komt, lost een schot en zal, naar het volksgeloof,
in het volgende jaar ook het eerst zijn oogst binnenhebben.
Met den tweeden Kerstdag beginnen de Kerstfeesten,
die in danspartijen en maaltijden bestaan en tot den 6
Januari en in enkele streken tot den 13 voortduren. Het
dansen geschiedt tendeele op met stroo en dennenrijs be-
dekte vloeren. — De boeren gaan op den avond voor
Kerstmis liefst naar de huizen van anderen, om zich te
laten onthalen; doch onder de hoogere standen zijn bij
die gelegenheid de Julklappar of Kerstmisgeschenken in