Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
honig voor eene groote lekkernij, en 't is aardig,
met wat sluwheid en scherpheid van blik zij zich dien
weten te verschaffen. Hunne manier, om die natuurlijke
bijenkorven op te sporen, is opmerkelijk, wijl zij eene
scherpe waarneming en eene nauwkeurige kennis van den
aard van het insect verraadt.
Daar men in vele deelen van het woud volstrekt geen
bloemen heeft, ziet men de kleine inheemsche bij dikwijls
druk bezig, haar voedsel uit de geurige schors der
boomen te trekken. In de wijde, onbevolkte wildernis
is zij nog niet met de haar dreigende gevaren bekend
geworden. Men kan haar dus gemakkelijk naderen, ter-
wijl de reine, heldere lucht voor de opsporing en vervol-
ging van het insect zeer gunstig is.
Twee of drie inboorlingen gaan ieder met eene bijl het
bosch in, nadat zij zich vooraf van het fijne, witte dons
van de borst eens vogels voorzien hebben. Met de ver-
wonderlijke snelheid van den blik, die men alleen door
oefening verkrijgt, bemerken zij de kleine bruinachtig lood-
kleurige bij op de boomschors, waarna zij een der fijne
veertjes zoo vast mogelijk tusschen de vingers oprollen
en in een gomachtig, door eene zekere plant uitgezweet
vocht doopen. Vervolgens naderen zij voorzichtig het insect
en houden dat het begomde eind van het veertje tegen
de achterpooten. Dat zit dadelijk vast en nu volgt de
eigenlijke jacht. De bij, dit nieuwe gewicht voelende,
gelooft zeker, met honig beladen te zijn, en neemt, hoog
boven den grond vliegende, de terugreis aan. liet kleine
witte pluimpje is thans alles, wat zich onderscheiden laat,
en dat wijst den wilden bij hunne vervolging den weg.
Men zou denken, dat men tot het loopen tusschen ge-
vallen boomstammen, afgebroken takken en op steenach-
tigen bodem zijne oogen van doen had; maar bij de inboor-
lingen van Australië schijnt dit niet het geval. Zonder ook
maar een oogenblik het kleine witte stipje uit het oog te
verliezen, volgen zij dat vaak een half uur ver door dik en
dun, en zelden ontgaat hun de tak, waar de bij aan
den ingang harer woning verdwenen is. Nu is het doel
bereikt en zij zetten zich neer, om, voordat zij den boom