Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
Vreemd is, dat deze bijna geheel naakte menschen
even goed de heete winden in den zomer, als de felle
winterkoude verdragen kunnen.
Alle mannen van dezen stam zijn echter verminkt door
het missen van een' voortand, die hun, zoodra zij den
mannelijken leeftijd bereikt hebben, onder zekere plech-
tigheden wordt uitgestooten. Eene andere misvorming
van de huid, die in hun oog als sieraad geldt, is eene
zekere manier van tatoweering. Deze bestaat alleen in
ruwe, met een scherpen keisteen gemaakte inkervingen,
waarvan de heeling wordt tegengegaan, zoodat de randen
hoog opzwellen en de vier tot vijf c. M. lange lidteekens
het aanzien van striemen krijgen, die door scherpe
zweepslagen ontstaan zijn. Ook een snoer, dat zij vast
om het hoofd binden, dient zeker niet tot verhooging
van hunne schoonheid.
De vrouwen zijn, gelijk bij de meeste wilde volken,
eenvoudig lastdieren, die in de legerplaatsen het eten koken
en op reis de pakken dragen, terwijl de man, alleen
met zijne wapens bezwaard, trotsch vóóruit stapt. Ge-
durende den maaltijd zitten zij van de mannen verwijderd
en worden de overgeschoten brokken haar, als honden,
toegeworpen.
65. EENE BIJENJACHT IN AUSTRALIË.
De wilde bij in Australië onderscheidt zich in grootte
en uitzien slechts weinig van onze gewone kamervlieg; ook
heeft zij geen' angel. De meeste boomen van dit land zijn
hol en in de holten der takken, op aanzienlijken afstand
van den grond, stapelen de bijen haar honig op. Deze
is geurig van smaak en wordt hoofdzakelijk van de bladen
en bloesems der boomen ingezameld, die een groot deel
van het land overdekken.
De oorspronkelijke bewoners van Australië houden dezen