Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
van eene hoogte van 60 tot 80 voet in het scheepsruim
neerschiet en alles in stof en stank hult. Evenwel gaat
de lading op die wijze ook zoo schielijk voort, dat het
grootste schip in weinig dagen zijne volle vracht heeft.
Tegelijk met ons ankerden bij de Ghinca's om de 170
schepen, waarom sommige 30, 60 en tot 100 dagen
wachten moesten, voordat zij hunne lading kregen.*'
De guano is lange jaren de eigenlijke staatsschat van
Peru geweest; doch waarschijnlijk zal het niet lang meer
duren, of het laatste korreltje is vandaar weggehaald en
te gelde gemaakt, zoodat dan de zeeman naar an-
dere oorden der aarde uit zal moeten zien, om nieuwen
voorraad te vinden.
64. DE AUSTRALISCHE NEGERS-
Op ons reisje de wereld rond moeten wij toch ook iets
van Nieuw-Holland of Australië zien.
Volgens Europeesche begrippen kunnen de oorspronke-
lijke bewoners van dat land niet voor schoon gelden;
maar toch kan men er soms jonge knapen met groote
donkere oogen, lange oogleden en eene zoo opene en
vriendelijke gelaatsuitdrukking zien, dat men hen wel
bijna zoo zou noemen. De natuur heeft hun prachtige
lange, krullende en zachte haren gegeven; doch verwaar-
loozing, vuil en vet maken dat doorgaans tot eene leelijke, ruige
pruik. Ook hunne baarden, die zij gaarne lang dra-
gen, zijn buitengewoon zwart en dicht. Hunne huid is
zoo volmaakt zwart, de lip zoo dik, de neus bij zeer vele
stammen zoo plat, dat zij den naam van »Australische
Negers", dien men hun gegeven heeft, volkomen schijnen
te verdienen. Hun tred is mannelijk en tegelijk vast en
licht, hunne houding, vooral in het bosch en buiten het
oog der blanken, welke sy schuw en wantrouwig aan-
zien, ongedwongen en los.