Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
plaats. Hare verderfelijke werkingen strekten zich langs
de kust ook tot de provinciën Venezuela, Varinas en
Marakaïbo uit, en de schokken werden tot diep in de
gebergten van het binnenland bespeurd. Alleen in de
provincie Venezuela kwamen 20,000 menschen oni het
leven.
62, DE LAMA.
De lama's vertegenwoordigen voor de zuidelijke nieuwe
wereld de kameelen, maar zijn veel kleiner dan deze en
zonder vetbulten.
Dit nuttig dier komt in Zuid-Amerika nog wild voor
en wordt daar guanaco genoemd, maar is in den wilden
staat dunner en korter van haren, dan in den tammen.
Van de zuidspits van Amerika aan de Magelhaensstraat
tot in het noordelijk Peru op de hooge Cordillera's keten,
overal, waar tengevolge van de hoogte eene koele tempe-
ratuur heerscht, waar het menschenverkeer gering is, waar
zich een altijd heldere hemel uitspant en overvloed van
water uit de bergen opwelt, leeft dit dier in zijn wilden
staat buitengewoon talrijk in kudden van tot honderd
stuks.
's Nachts slaapt het gewoonlijk op de helling van hooge
bergen, van waar het tegen zonsopgang naar de bronnen
en beken terugkeert, aan wier groene oevers het overdag
graast. Op de hoogvlakten van Torora kan men zeker
zijn, aan elk beekje eenigen dezer dieren te vinden,
die met den kogel niet moeielijk te treffen zijn. Zij zijn
zoo weinig schuw, dat zij den reiziger vaak dicht voor
het paard aandraven; hun loop is weinig snel en een
goed ruiter haalt hen op de vlakte spoedig in. W^aar
't bergop gaat, blijven echter zelfs de snelste honden
achter. De jacht op deze dieren is voor den inboorling