Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
van Lissabon, Messina en andere plaatsen beleefd had ,
herhaalden zich op dezen noodlotligen dag. De onder
balken en steenen half bedelvenen smeekten luid jamme-
rend om hulp en meer dan 2000 werden opgegraven.
Ongelukkig ontbrak het geheel aan geschikte werktuigen
daartoe, zoodat men zich tot het opdelven der nog leven-
den alleen van zijne handen kon bedienen. Zij, die ge-
kwetst waren, alsmede de uit de hospitalen gevluchte
zieken werden naar den oever eener kleine beek gebracht,
waar zij niets dan eenig geboomte tot beschutting hadden.
Bedden, linnen tot het verbinden der wonden, chirurgi-
cale instrumenten, kortom alles, wat tot hunne behande-
ling en verpleging vereischt werd, lag onder de puinen
bedolven. In de eerste dagen ontbrak het aan alles,
zelfs aan voeding, en ook het water in de stad was
schaarsch, daar de meeste waterleidingen vernield waren.
En nu had men nog den plicht jegens de dooden te
vervullen, dien zoowel het gebruik, als de vrees voorde
besmettelijke ziekten, die uit de verrotting der lijken
ontstaan konden, gebood. Daar 't onmogelijk was, zoo
vele duizende, half onder het puin bedolven lichamen
ter aarde te bestellen, zoo werden maatregelen genomen,
om die te verbranden. Op verschillende plaatsen werden
houtmijten opgericht en de lijkenverbranding duurde twee
volle dagen. Bij dezen algemeenen ramp zocht het volk
den vertoornden hemel door ijverige boetedoeningen te
verzoenen. Velen trokken in troepen rond en zongen
boetpsalmen, terwijl anderen op straat overluid hunne
zonden biechtten. Teruggave van vroeger onrechtmatig
verkregen goed werd door menschen beloofd, welke men
nooit van oneerlijkheid of diefstal verdacht had gehou-
den , en families, tusschen welke lang vijandschap geheerscht
had, verzoenden zich in het gevoel van de algemeene
ellende. Terwijl echter dit gevoel bij den een het hart
week maakte en voor het medelijden opende, had het bij
anderen eene tegenovergestelde uitwerking en deed hen
slechts op roof en plundering bedacht zyn.
De aardbeving, die in den tijd van éene minuut de
stad Caracas verwoestte, bepaalde zich niet alleen tot deze