Boekgegevens
Titel: Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1873
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-205
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200667
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Overal heen!: een reisje de wereld rond met de laarzen van den reuzeman: kleine bijdragen tot bevordering van natuur-, landen- en volkenkennis
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
loofde reeds, dat het gevaar voorbij was, toen zich een
vreeselijk onderaardsch gedreun liet vernemen, dat het
rollen van den donder geleek. Op dit gedreun volgde
eene schudding in loodrechte richting en op deze eene
golvende, die wat langer duurde. Het was onmogelijk,
dat iets die beweging van onder naar boven en de elkaar
kruisende trillingen uithield. De stad Caracas werd ge-
heel vernield, en 9 tot 10,000 inwoners werden onder de
puinen der instortende kerken en gebouwen begraven.
Alleen in de instortende kerken vonden 3 tot 4000 men-
schen den dood.
In het noordelijk gedeelte der stad waren de schokken
het geweldigst. Twee kerken daar, van meer dan 150
voet hoog, verkeerden in een hoop puin en gruis, die
nergens boven de zes voet hoog was. De barakken in
deze stadswijk verdwenen nagenoeg geheel. "Van een
regiment linietroepen werden slechts weinig manschappen
gespaard. Negen tienden van de fraaie stad Caracas
waren aan de verwoesting prijs gegeven. De huizen, die
niet instortten, waren zoo geteisterd, dat niemand het
wagen durfde, ze te betrekken. Alleen de hoofdkerk
bleef staan.
De nacht na den eersten Paaschdag vertoonde hartver-
scheurende tooneelen van nood en ellende. De dikke
stofwolk, die zich boven de puinen der stad verhief en
als, een nevel de lucht verdonkerde, was weer op den
grond neergevallen. De stooten hadden opgehouden. Het
was een heerlijke stille nacht; de volle maan bescheen
de toppen van het gebergte, in welks dal Caracas ligt,
en de helderheid des hemels stak tegen den toestand van
het met puinen en lijken bedekt aardrijk scherp af. Men
zag moeders met kinderen op den arm, welke zij in
het leven hoopten terug te roepen; radelooze vrouwen
dwaalden door de stad, om een' broeder of echtgenoot
op te zoeken, dien zij in het gedrang verloren hadden;
het volk bewoog zich op de straten, welke men thans
alleen aan de in rechte lijnen opgehoopte puinhoopen
onderscheiden kon, heen en weder.
De verschrikkingen, welke men bij de aardbevingen